Gezond leven, de motor voor leren

Een jaar Hapkracht. Tijd om terug te kijken en vooruit te denken. Voorzitter Trude Maas over wat zij geleerd heeft, waarom opschalen niet werkt zonder de wijk, en hoe gezond eten en bewegen de school juist kunnen ontlasten.

Een jaar geleden begon Stichting Hapkracht met een heldere boodschap: lunchen en bewegen op school moet gewoon worden voor ieder kind. Een jaar verder zit Trude Maas, voorzitter van het bestuur, aan tafel om de balans op te maken. Wat hebben we ontdekt? Wat blijkt taaier dan gedacht? En welke richting tekent zich af voor het komende jaar?

Waarom Hapkracht bestaat

Hapkracht is eigenlijk begonnen naar aanleiding van de nieuwjaarstoespraak van burgemeester Sharon Dijksma, begin 2024. Utrecht scoort hoog op alle lijstjes, zei zij, maar wie inzoomt ziet een andere realiteit. Achtduizend Utrechtse kinderen groeien op in armoede. “In welke wijk je wieg staat, maakt wel degelijk uit voor de kansen die je als kind krijgt in je leven. Ik vind dat niet te verkroppen.”

Deze pijnlijke constatering werd de basis voor het burgerinitiatief waaruit Hapkracht is ontstaan. Hapkracht heeft er vanaf het begin voor gekozen om zich te richten op de 8.000 kinderen op 40 basisscholen in de Utrechtse wijken waar gezond eten en voldoende bewegen niet vanzelfsprekend zijn.

De link die te weinig wordt gelegd

Een van de grootste verrassingen van het afgelopen jaar zat aan de kant van de scholen zelf. “Ik dacht eerlijk gezegd dat scholen zouden staan te dringen. Maar dat is niet zo.” Scholen krijgen al zoveel op zich af, dat een lunchprogramma al snel voelt als ook dat nog erbij. Terwijl het tegenovergestelde waar zou moeten zijn.

De link tussen gezond leven en leren wordt in het onderwijs nog te weinig gelegd, vindt Maas. “Er is heel veel onderzoek dat een duidelijke link legt tussen gezond eten, bewegen en leren. Op een lege maag leer je niet zo makkelijk.” De inspectie kijkt naar rekenen en begrijpend lezen, en als een school laag scoort wordt er gezocht naar meer vakinhoud. “Maar ik lees nergens expliciet de analyse dat het ook met gezondheid te maken heeft. Als we dit met elkaar beter beseffen, dan wordt gezondheid voor scholen juist een steun in de rug in plaats van een extra taak.”

Voor Hapkracht zit hier een opdracht. Het programma moet niet landen als extra taak, maar als verlichting. Samen eten op school is bovendien een sociaal moment dat in veel gezinnen verdwenen is. Het brengt rust en structuur in een schooldag, en kinderen leren van elkaar. Wat ze thuis niet lusten, proberen ze op school wel, omdat een vriendje het ook eet. “De verlengde schooldag biedt hiervoor een kans. Met meer tijd in de dag kun je gezond lunchen en bewegen echt een vaste plek geven, in plaats van het ergens tussen te moeten proppen. Dan wordt het vanzelfsprekend, geen extra last.”

Trude Maas

“De link tussen gezond leven en leren wordt in het onderwijs nog te weinig gelegd”

Van bezorging naar community

De grootste strategische verschuiving van het afgelopen jaar zit in de aanpak zelf. Bij de start had Hapkracht meerdere varianten in beeld: lunchboxen, maaltijdboxen en maaltijdbuffetten, te leveren door lokale, commerciële aanbieders. Dat leek de beste weg. Gaandeweg is dat beeld bijgesteld. “Onze focus is op de kinderen, in de armste wijken. En dan moet je zoveel mogelijk met de lokale gemeenschappen werken.”

Kanaleneiland laat zien dat het kan. “Als je daar tijdens de Ramadan een paar honderd maaltijden kan koken met huisvrouwengroepen, dan draaien die vrouwen hun hand niet om voor schoollunches. Maar dan moet je het wel met lokale mensen doen.” Lunchbussen laten voorrijden gaat sneller. Het is echter ook onbetaalbaar bij opschaling, en het bouwt niets op in de wijk.”

Naarmate Hapkracht zich meer op preventie richt, ziet Maas ook hoe groot de tegenkracht is. “Het aanbod aan slecht eten in de supermarkten is gigantisch. Andere landen proberen daar iets aan te doen, maar die discussie is in Nederland nog amper op gang.” Een bredere suikertaks op voeding wordt wel genoemd, maar een echt wetsvoorstel heeft ze nog niet gezien. “Op heel veel producten, ook waar je het niet verwacht, zit suiker. Die suikerlobby heeft veel te verliezen. Je moet van goede huizen komen om daar doorheen te komen. Maar dat moet wel.” Het maakt gezond eten en bewegen op school des te belangrijker, want dat is wel een plek waar kinderen andere gewoontes kunnen leren.

Krachten bundelen, publiek en privaat

Hapkracht heeft vanaf dag één ingezet op het bundelen van krachten, publiek en privaat. In de zoektocht naar een werkbare oplossing zijn verbindingen gelegd met bedrijven, fondsen en de trekkingsgebieden van het Ondernemersfonds Utrecht, en met de gemeente zelf. Een mooi voorbeeld is het UMC Utrecht, waar veel medewerkers hun eindejaarsgeschenk hebben gedoneerd aan Hapkracht. “Wat ik mooi vond aan die publiek-private constructie, is dat de wethouder er meteen in geloofde. Terwijl de gemeente zelf al van alles geprobeerd had. Hij is ons trouw gebleven tot zijn vertrek uit Utrecht. En dat geeft ook naar de scholen toe steun voor het idee en de aanpak.”

De samenwerking met de gemeente Utrecht loopt goed. De programmatische aanpak die de gemeente koos, met vier pijlers eronder, sluit precies aan op wat Hapkracht doet. Dat de wethouders zo betrokken zijn vindt Maas geweldig. Even belangrijk is de verbinding met de ambtenaren in de wijk. “Utrecht heeft op die wijkkantoren prima mensen zitten. Die kennen zo’n buurt als geen ander, die weten precies wie de sleutelfiguren zijn en met wie je stappen kan zetten. Op de vloer van de stad, daar moeten we het van hebben.”

Tegelijk houdt Maas een ontwikkeling scherp in de gaten. Nu er meer geld naar schoolmaaltijden komt, ontdekken commerciële leveranciers de school als markt. “Je hoort van scholen dat leveranciers denken, dat geld komt er uiteindelijk wel, en dat ze hun prijs daar precies op aanpassen. De school wordt als markt ontdekt. En dat is niet alleen maar positief.” Voor de scholen, waar elke euro telt, kan dat de betaalbaarheid juist verder onder druk zetten. Het is een van de redenen waarom Hapkracht het liefst zoveel mogelijk vanuit de wijk zelf opbouwt.

Volgend jaar moet het vliegen

Voor het komende jaar is de marsroute helder. Doorpakken op de kracht van de wijk, sleutelfiguren en organisaties zoeken en met hen samenwerken. De wijken hoeven niet overtuigd te worden, zegt Maas. “Die zien wel dat het nodig is en die willen ook. Iedere moeder en iedere vader wil dat zijn of haar kind goed eet. Als wij de manier vinden om hen te ondersteunen, dan zijn we echt op de goede weg.”

Het einddoel ligt verder dan de 8.000 kinderen in Utrecht. “Uiteindelijk zou je willen dat alle kinderen in Utrecht en Nederland op school een behoorlijke maaltijd krijgen, zoals in bijna alle andere EU-landen.” Het model dat Maas voor zich ziet is publiek-privaat, zoveel mogelijk vanuit de wijk opgebouwd, gefinancierd uit het geld dat er gewoon beschikbaar is, en aangevuld waar nodig.

Maas is eerlijk over de lat die ze zichzelf oplegt. Het afgelopen jaar is vooral besteed aan het leggen van de basis, en dat mag wat haar betreft niet eindeloos duren. “Ik denk dat het volgend jaar echt een stuk verder moet kunnen zijn. En zo niet, dan moet je ook echt even voor de spiegel gaan staan. Was dit wel een goede benadering?” Op dit moment heeft ze die twijfel niet. “We hebben een betrokken bestuur en een projectregisseur die er energie in stopt. Als we het daar dan nog niet mee voor elkaar krijgen, dan moet het heel raar lopen. Maar het is het soort project waar je niet van tevoren strak uit kan plannen. Het is een zoektocht.”

De problemen kent iedereen, de kracht veel minder. “Die zit er gewoon in die wijken. Het heet niet voor niets krachtwijken.” Hapkracht gaat honderd procent voor die wijkkracht.

Contact

Wil je met iemand praten over de mogelijkheden van Hapkracht?

Manieren om Hapkracht te steunen

Gerelateerd nieuws

Natuur als verbindingskracht

Rob Nillezen, directeur van Utrecht Natuurlijk, ziet zijn organisatie in de eerste plaats als welzijnswerk: mensen samenbrengen via natuur en duurzaamheid. In dit gesprek vertelt hij over herstel in de tuin, de groenmakelaar als nieuwe figuur in de wijk, en over voedseleducatie als volwaardig onderdeel van het onderwijs.

Mooie bijdrage van Coöperatiekring Midden-Nederland

Mooie bijdrage van € 8.546 voor voedseleducatie van Coöperatiekring Midden-Nederland

Prioriteer gezondheidspreventie onder de Utrechtse jeugd

Utrecht Development Board roept gemeenteraad op: prioriteer gezondheidspreventie onder de jeugd. Hapkracht staat vierkant achter deze oproep.

Voedsel verandert een wijk

Mark Verhoef bouwde in Overvecht aan voedseltuinen, een zelfoogstmodel en een droom van een hyperlokaal voedselsysteem. In dit gesprek vertelt hij over eigenaarschap, de kracht van samen tuinieren en waarom grote maatschappelijke transities kansen bieden voor het sociaal domein. "Je moet het echt samen anders gaan doen."

Groeien

Als afscheidsgeschenk voor (oud-wethouder) Eelco Eerenberg vroegen wij dichter Lena Plantinga om het werk van Hapkracht te vertalen in woorden. Passend bij de lente. Passend bij wat Eelco jarenlang heeft gedaan voor de gezonde groei van kinderen in Utrecht.

Niet één drempel, niet één oplossing

Leonie Gotink van SportUtrecht werkt al jaren aan één opgave: ervoor zorgen dat alle Utrechtse jeugd beweegt, ook als dat helemaal niet vanzelfsprekend is. "Het is bijna nooit dat er maar één drempel is," zegt Leonie.
Hapkracht-vriend

Elke hulp is welkom, word een vriend!

Wil jij het Hapkracht initiatief steunen? Doneer en maak onze missie mede mogelijk. Samen zorgen we ervoor dat elk kind dezelfde kansen krijgt om gezond op te groeien in Utrecht.

Geef kinderen de kracht die ze verdienen. Word vandaag nog Hapkracht-vriend.