De vleugels van Utrecht hebben voeten nodig

Cor Jansen overziet Utrecht als weinig anderen, en hij is uitgesproken over wat de stad sterk maakt. Jansen is directeur-bestuurder van Utrecht & Partners, onderwijskundige van huis uit en al jaren een vertrouwd gezicht in de stad: als communicatiedirecteur bij onder meer de Universiteit Utrecht, als aanjager van de grote wielerrondes via Business Peloton Utrecht, en als sportbestuurder die bij Zwaluwen Utrecht 1911 een omnivereniging opbouwde. Vanuit Utrecht & Partners helpt hij de stad balanceren tussen haar internationale ambitie en de dagelijkse werkelijkheid in de wijken. In dat balanceren ziet hij voor Hapkracht een hoofdrol: niet als los schoollunchproject, maar als een instrument om de gezonde stad ook echt waar te maken voor ieder kind. “Ik vind iets als Hapkracht honderd procent passen bij de Utrechtse stijl”, zegt hij. Hij legt uit waarom dat raakt aan het DNA van Utrecht, waarom het een opgave is van de hele stad en niet van het onderwijs alleen, en hoe je het concreet groter maakt, van de bestuurstafel tot een podium bij FC Utrecht.

Delen is vermenigvuldigen

Voor Jansen begint alles bij het verhaal van de stad zelf. Hij grijpt graag terug op Sint Maarten, de patroonheilige die zijn mantel deelde. “Geven in plaats van nemen, wij in plaats van ik, samen in plaats van alleen”, vat hij het samen. Dat is wat hem betreft geen folklore, maar iets dat in het karakter van Utrecht zit. Een handelsstad waar de ontmoeting altijd centraal stond, waar nooit één geloof of één groep volledig dominant werd, en waar mensen samen iets opbouwden. “Om te weten waar je naartoe gaat, moet je weten waar je vandaan komt”, zegt hij.

Diezelfde gedachte legt hij over het onderwijs. Utrecht is wat hem betreft de onderwijsstad van Nederland, misschien wel van Europa. Hij onderbouwt het met de schaal: rond de 140.000 lerenden van basisschool tot universiteit, zo’n 25.000 mensen die in de sector werken, en landelijke spelers als de PO-Raad, VO-raad, de onderwijsvakbond AOb en SURF die hier zijn gevestigd. “Delen is vermenigvuldigen”, zegt hij. Kennis en kansen worden groter als je ze met elkaar deelt.

Vanuit die overtuiging droomt hij hardop van een World Education Forum in Utrecht in 2029, als tegenhanger van het economische forum in Davos. Een podium waar onderwijs centraal staat, met de erkenning die het wereldwijd verdient: als bepalende factor voor de vorming van mensen en voor hun kansen in de samenleving. En een plek waar de moeilijke vragen niet worden weggepoetst, van kansenongelijkheid en systeemfouten tot de randvoorwaarden die goed onderwijs in de weg staan. In dat verhaal past Hapkracht precies. Dat de burgemeester Stichting Hapkracht noemde in haar toespraak tijdens de Stadsdag op 2 juni, is voor hem veelzeggend: het laat zien dat het tegengaan van armoede en gezond opgroeien hier als gedeelde opgave wordt gevoeld.

.

“Kloppend hart van een gezonde samenleving, en tegelijk kinderen die opgroeien in gezinnen met schulden en zonder lunch naar school gaan? Dat vind ik niet te rijmen met elkaar”

Een gezonde stad kan niet wegkijken

Dat samenbrengen is voor Jansen een echt credo. Utrecht profileert zich internationaal met Heart of Health, als een van de meest competitieve en gezonde regio’s van Europa. Dat zijn de vleugels van de stad. “Maar vleugels zonder voeten, dan kom je los van je werkelijkheid”, zegt hij. Het is precies de opdracht die hij voor Utrecht & Partners ziet: het internationale gezicht van de stad verbinden met de sociale werkelijkheid eronder.

Want die werkelijkheid is in Utrecht scherp zichtbaar. In wijken als Kanaleneiland en Overvecht zijn de verschillen groot, ook binnen die wijken zelf. Daar wringt het volgens Jansen: “Kloppend hart van een gezonde samenleving, en tegelijk kinderen die opgroeien in gezinnen met schulden en zonder lunch naar school gaan? Dat vind ik niet te rijmen met elkaar.” Bezoekers die zich van harte welkom voelen zijn belangrijk, zegt hij, maar nog belangrijker vindt hij trotse bewoners. En bewoners worden niet trots van economisch succes alleen, maar van hoe een stad omgaat met schulden, taalachterstand en inclusie. Hoe het DNA van de stad kortom zich vertaalt in actie.

Daarom is het belangrijk initiatieven als Hapkracht een concreet podium te geven binnen het grotere verhaal van de stad. En dat podium bestaat al: in de Heart of Health Lounge bij FC Utrecht bouwt Utrecht & Partners samen met partners als de ROM, de gemeente en de provincie per seizoen zeventien inhoudelijke verhalen. Het is precies de plek waar ondernemers en maatschappelijke initiatieven aan elkaar worden gekoppeld, en waar het verhaal van Hapkracht thuishoort. Voor wie Hapkracht al een warm hart toedraagt, is dat een open uitnodiging om aan te haken. Waarom bedrijven zouden meedoen? Jansen draait het om. Geloofwaardigheid, om te beginnen. Maar ook eigenbelang: talent vasthouden en ontwikkelen, op elk niveau, houdt de regio sterk. Niets doen is voor hem geen optie: “Ik vind dat we moeten acteren”, zegt hij.

De school is meer dan een gebouw

Als er ergens een plek is waar je die beweging kunt maken, dan is het op school. Jansen ziet onderwijs als een soort marktplaats en ontmoetingsplek, waar je maatschappelijke kansen beter benut, ongelijkheid bestrijdt en verschillende groepen mensen met elkaar in contact brengt. Maar dan moet de school meer zijn dan een gebouw dat van acht tot twee open is.

De gezamenlijke lunch is voor hem veel meer dan een eetmoment. Samen aan tafel zitten verbindt mensen, creëert kansen om elkaar beter te leren kennen en draagt bij aan sociale en maatschappelijke ontwikkeling. Het biedt een rustpunt in de dag, een moment waarop je samen iets doet en tegelijkertijd belangrijke sociale vaardigheden oefent. Denk bijvoorbeeld aan wachten tot iedereen zijn eten heeft voordat je begint. “Veel mensen eten niet meer samen”, merkt hij op. Volgens hem staat zo’n gezamenlijke lunch het leren niet in de weg; juist het tegenovergestelde is waar. “Investeren in taal is ongelooflijk belangrijk”, zegt hij, “maar je kunt mensen ook enthousiast maken voor taal door tijdens het eten dingen te doen.” De lunch wordt daarmee een natuurlijke omgeving waarin ontmoeting, taalontwikkeling en maatschappelijke vorming samenkomen. Kortom: “Het is geen reden om het niet te doen.” Niet voor niets ondersteunt Utrecht & Partners maatschappelijke partners zoals Taal Doet Meer in hun campagnes tegen taalachterstand.

Want niet ieder kind beweegt zich vanzelf in die wereld van kansen en ontmoeting. Jansen put daarbij uit jaren ervaring in het onderwijs. Bij de universiteit liet hij hoogleraren op de fiets naar scholen in de wijken gaan, zodat kinderen voor wie de universiteit ver weg stond toch ervoeren dat zo’n wereld haalbaar is. Kinderen moeten leren zich erin te bewegen, en dat lukt alleen als wij die wereld en het onderwijs dichter bij elkaar brengen, en daar vroeger mee beginnen. Het draait om communities bouwen, met ouders, leerlingen en school samen.

De stad is van ons allemaal

Diezelfde logica ziet Jansen in de sport. Bij Zwaluwen Utrecht 1911, achter de Jaarbeurs, bouwde hij bewust een diverse omnivereniging op, met een diversiteit aan sporten, voor jongens én meisjes, met een familiair karakter en een uitgesproken maatschappelijke opdracht: kinderen die niet bij elkaar op school zitten en ouders die elkaar verder nergens treffen, met elkaar in contact brengen.

Sport is voor hem dan ook nooit alleen winnen. Als voorzitter zag hij jonge voetballers met grote profdromen, en zijn boodschap, die hij zelf ook ooit had gekregen, was steevast dezelfde: je gaat vast een mooie amateurcarrière hebben, maar haal vooral je diploma. Jaren later kwam hij sommigen van hen weer tegen, inmiddels als afgestudeerd jurist. Dat is voor hem de echte winst van sport: niet de cup, maar het kind dat verder komt. Zulk talent opbouwen overstijgt de stadsgrenzen, benadrukt hij, en vraagt om samenwerking met de regiogemeenten.

Het verklaart ook waarom hij een icoon als de Domtoren inzet voor wie er anders nooit zou komen. Hij ontdekte dat veel kinderen uit Overvecht, Kanaleneiland en Hoograven hun eigen wijk vrijwel nooit uitkomen, laat staan dat ze het icoon van hun stad van binnen zien. “De stad is van ons allemaal”, zegt hij, en daar handelt hij naar: met schoolklassen in de toren, maar ook door er het inwerken van nieuwe raadsleden en de start van coalitieonderhandelingen te laten plaatsvinden, zodat iedereen zich verbindt met de wortels van de stad.

Door alles heen drijft Jansen de stap van praten naar doen. “Ik zie Hapkracht als een instrument om niet alleen het gesprek erover te hebben, maar ook in de realiteit te acteren”, zegt hij. Uiteindelijk komt het voor hem neer op één opdracht, die hij teruglegt bij de hele stad: Utrecht beter doorgeven dan je het aantrof. Niet met dikke beleidsnota’s, maar door samen te delen, te geven en te doen. Hapkracht is daarin geen bijzaak, maar precies het soort initiatief waarmee de stad haar eigen verhaal waarmaakt. “Als het ergens moet groeien, dan is het hier. Vanuit het DNA van de stad.”

Foto: Lotte Stierhout

Contact

Wil je met iemand praten over de mogelijkheden van Hapkracht?

Manieren om Hapkracht te steunen

Gerelateerd nieuws

De school als oefenplek voor het leven

Anass Chaoui, directeur van islamitische basisschool Al Amana in Overvecht, ziet de gezonde lunch en het bewegen als veel meer dan voeding. Aan het buffet leren kinderen kiezen, opruimen en verantwoordelijkheid nemen, terwijl ze gevarieerder eten dan thuis. Samen met ouders en de wijk werkt hij aan een school waar

Niet alleen de Messi’s, maar élk kind in beweging

Patrick van der Zalm van SportUtrecht brengt met het schoolvoetbal bijna 6.500 kinderen in beweging, maar zijn grootste voldoening zit bij de kinderen die de sportclub níet vanzelf vinden. Samen met partners als DOCK en Jongerenwerk Utrecht (JOU) werkt hij in de wijk aan deze opgave.

Preventie begint bij sport en bewegen op school en in de wijk

Hapkracht steunt de preventieambitie van het coalitieakkoord "Voor uuu", maar waarschuwt voor de forse bezuiniging op SportUtrecht. De buurtsportcoaches maken bewegen op school en in de wijk mogelijk, juist waar de gezondheidsverschillen het grootst zijn. Bezuinigen op dat fundament ondergraaft de preventieambitie zelf. De oproep: bescherm wat al bewezen werkt.

Een sociale revolutie in de wijk

Jeroen Paul Nijmeijer, directeur van het Samenwerkingsverband Kansengelijkheid en Burgerschapsonderwijs (SKB), ziet kansengelijkheid als een opgave van de hele wijk, niet van de school alleen. In dit gesprek vertelt hij over de school als ankerpunt in de wijk en over structurele financiering die de beweging in de wijk versterkt.
Trude Maas

Gezond leven, de motor voor leren

Na een jaar Hapkracht ziet voorzitter Trude Maas dat gezond eten en bewegen scholen juist kunnen helpen, omdat kinderen beter leren als ze goed eten en bewegen. De aanpak verschoof van commerciële bezorging naar opbouw vanuit de wijk zelf. Komend jaar moet het programma echt gaan vliegen, publiek-privaat en bouwend

Natuur als verbindingskracht

Rob Nillezen, directeur van Utrecht Natuurlijk, ziet zijn organisatie in de eerste plaats als welzijnswerk: mensen samenbrengen via natuur en duurzaamheid. In dit gesprek vertelt hij over herstel in de tuin, de groenmakelaar als nieuwe figuur in de wijk, en over voedseleducatie als volwaardig onderdeel van het onderwijs.
Hapkracht-vriend

Elke hulp is welkom, word een vriend!

Wil jij het Hapkracht initiatief steunen? Doneer en maak onze missie mede mogelijk. Samen zorgen we ervoor dat elk kind dezelfde kansen krijgt om gezond op te groeien in Utrecht.

Geef kinderen de kracht die ze verdienen. Word vandaag nog Hapkracht-vriend.