De school als oefenplek voor het leven

De naam zegt het al. Al Amana betekent in het Arabisch ‘het toevertrouwde’: iets wat iemand jou in vertrouwen geeft. “Zo kijken wij naar de kinderen,” zegt Anass Chaoui, directeur van islamitische basisschool Al Amana in Overvecht. “Ouders vertrouwen ons hun kind toe. Dat is geen kwestie van inleveren en zeggen: los het maar op. Het blijft hún kind. We doen het samen.” In een paar jaar groeide Al Amana uit tot een volle, bruisende school met hoge ambities. De gezonde lunch en het bewegen spelen daarin een grotere rol dan je op het eerste gezicht zou denken.

De enige islamitische school in de wijk

Al Amana is een jonge school, maar groeit hard. Op dit moment zitten er ongeveer200 kinderen op school, verdeeld over achtgroepen tot en met groep 6. Komend schooljaar komen er drie groepen bij, en gefaseerd groeit de school door naar zestien klassen. Daarmee biedt Al Amana straks plek aan zo’n 400 kinderen in Overvecht. “We zijn een startende basisschool die meteen hoge ambities heeft, en die ook waarmaakt,” zegt Anass. Een nieuw gebouw is in zicht, want de huidige plek loopt vol. “Over twee jaar zitten we hier krap. We zijn heel goed in contact met de gemeente over een nieuwe locatie.”

De aantrekkingskracht reikt ver buiten Overvecht. Naast kinderen uit de eigen wijk komen er ook leerlingen uit Maartensdijk, Maarssen, Zuilen, Leidsche Rijn en zelfs uit Hilversum en Culemborg. “Die ouders kiezen heel bewust voor wat wij aan islamitisch onderwijs bieden,” vertelt Anass. Zelf is hij geboren in 1993 en zeven jaar docent Nederlands geweest in het voortgezet onderwijs. Die achtergrond klinkt door in alles wat hij over de school vertelt.

“Ieder kind voelt zich hier gezien”

Het onderscheidende zit volgens Anass niet in de ambitie zelf. “Elke school streeft naar goed onderwijs. Maar voor ons is het echt cruciaal dat ieder kind zich gezien voelt,” zegt hij. “We behandelen ieder kind in de basis als gelijke en willen voor elk individu zorgen. Op alle vlakken: mentaal, lichamelijk en als het gaat om identiteitsvorming.”

Juist dat laatste maakt volgens hem het verschil. “Kinderen kunnen vanuit hun eigen identiteit groeien en leren, vanuit een begrepen ik. Dat merken we echt in de praktijk. Ouders vertellen ons keer op keer dat hun kind zich hier thuis voelt.” Tegelijk wil de school de kinderen klaarstomen voor de samenleving. “Een trotse ‘ik’ is veel sterker dan een ‘ik’ waar je je voor schaamt. Met behoud van hun eigen religieuze identiteit leren we kinderen hoe ze positief kunnen bijdragen aan deze maatschappij. Ze zijn gewoon Nederlandse burgers. Respect, goed met elkaar omgaan, in gesprek blijven als er iets is: dat zijn de belangrijkste waarden, en die zijn voor ons vanuit onze identiteit al vanzelfsprekend.”

.

“Een trotse ‘ik’ is veel sterker dan een ‘ik’ waar je je voor schaamt”

Van hagelslag naar veggie spread

Vorig jaar startte Al Amana met de gezonde lunch, met steun van de gemeentelijke subsidie. Het effect zag Anass meteen. “Veel kinderen aten thuis nauwelijks gevarieerd. Het was bijna altijd een boterham met chocoladepasta of hagelslag. Nu kiezen ze hele andere dingen. Een veggie spread, gezonde varianten van beleg. En je merkt dat ze er veel meer plezier in hebben om te eten.”

De aanpak verschilt per leeftijd. De groepen 1 tot en met 3 krijgen voorgesmeerde boterhammen, vanaf groep 4 is er een buffet. “Elke week is er een menu en kunnen kinderen kiezen uit verschillende soorten beleg. We zien gewoon dat ze er energieker van worden.” Daar bovenop verzorgt de school het fruitmoment. “In principe hoeven de kinderen bij ons niets meer van huis mee te nemen. Dat horen we ook terug van ouders, die vinden dat fijn. Niet iedereen heeft het even breed.”

Een oefenplek voor het leven

Voor Anass is de lunch veel meer dan eten. “Wij zien onszelf als een oefenplek, een kleine maatschappij. Kinderen kunnen hier alle vaardigheden oefenen die ze later nodig hebben.” Aan het buffet pakken kinderen zelf hun dienblad, kiezen wat ze willen, ruimen netjes op en gooien geen eten weg. “Dat stukje verantwoordelijkheid krijgen ze er gewoon bij.”

Een mooi voorbeeld is de appelstroop. “Negentig procent van de kinderen had het nog nooit gegeten. Na twee weken wilden ze alleen nog maar appelstroop,” vertelt Anass. “Kinderen vroegen er thuis om.’’ Inmiddels staat de appelstroop alweer van het menu af. De aanbieder haalde het eruit omdat het niet gezond genoeg is en hierdoor niet past in de Schijf van Vijf. De zoektocht naar een nieuwe smaakmaker is dus weer geopend. Met datzelfde idee organiseert de school uitstapjes, zoals een high tea voor groep 4 in een restaurant, gekoppeld aan opdrachten over hoe je je daar gedraagt. “Sommige kinderen komen nergens. Dan zien ze zo’n plek gewoon nooit. Wij willen ze die ervaring wel meegeven.”

We hebben elkaar nodig

Educatief partnerschap is bij Al Amana geen bijzaak, maar de basis. De term staat voor een gelijkwaardige samenwerking tussen school, ouders en leerling, waarbij alle drie eigenaar zijn van het leertraject. “Het staat overal in ons schoolplan en onze schoolgids. Zonder educatief partnerschap kunnen we niet samenwerken,” zegt Anass. Tegelijk durft hij grenzen te stellen. “We betrekken ouders heel veel, maar we durven ook nee te zeggen. Wij nemen als school de lead. We stemmen graag goed af, maar het moet voor ons werkbaar blijven.”

Dat partnerschap gaat vaak verder dan voeding alleen. Als oud-docent Nederlands zet Anass zwaar in op technisch lezen. “ Ouders oefenen thuis mee, en de school houdt vinger aan de pols. “We kunnen zelfs zien hoe laat er thuis geoefend is. Als een kind van zes om elf uur ’s avonds nog zit te lezen, dan spreken we ouders daarop aan. We hebben elkaar gewoon nodig.”

De rust om die keuzes te maken haalt hij uit een vaste overtuiging. “Een islamitische geleerde zei ooit: mensen tevredenstellen is een doel dat je nooit zult bereiken. Dat klopt, en die lat wordt ook steeds hoger. Wij geloven als moslim dat we Allah tevreden willen stellen. Daar zit voor ons de stabiliteit. Als ik Allah tevreden wil stellen, dan moet ik de rechten van mensen nakomen. Doe ik dat niet, dan doe ik hen onrecht aan. Die overtuiging geeft mij een stabiele basis, ook in mijn werk naar ouders toe.”

Slim en eerlijk organiseren

De boodschappenkaart van het Rode Kruis sloeg hij bewust af. “Dan moeten ouders zelf gegevens invullen en een beroep doen. Sommige kinderen vallen dan net buiten de boot. Wij willen niemand buitensluiten, dus we vragen het voor de hele school aan.” Wat de school aanvraagt, wordt ook volledig besteed.

Kritisch is hij op de manier waarop de markt eromheen werkt. “Je ziet allerlei partijen opkomen. Er zit gewoon een verdienmodel in.” Toen hij een specificatie opvroeg, schrok hij. “Van lunchbedrag gaat een aanzienlijk deel naar personeel. Terwijl ik hier moeders heb rondlopen die precies hetzelfde doen, voor een vrijwilligersvergoeding.”

Ook de inzet van pleinsport kan slimmer.  Zijn pleidooi: regel het collectief. “Laat dit bijvoorbeeld door de brede school regelen, kies een paar partners en spreek een eerlijk tarief af.”

De kracht zit in de wijk

De oplossing voor de gezonde lunch zoekt Anass dicht bij huis: zoveel mogelijk vanuit de wijk en met vrijwilligers. Het idee om ouders zelf voor hun kinderen te laten koken, spreekt hem aan, want dat maakt de lunch betaalbaarder én beter. Ook voor de inkoop ziet hij winst. “Koop lokaal in, bij groothandels in de buurt. Dan wordt de wijk er zelf ook beter van.” De basis daarvoor is er al: de ouderparticipatie is hoog. “Gisteren liepen hier vijftig vrijwilligers rond voor een ander evenement.”

Het grootste knelpunt is de ruimte.  “De meeste scholen in Nederland hebben geen geschikte keuken. Het mooiste is om het op school te koken, maar dan heb je wel een goede, hygiënische ruimte nodig.” Lukt dat niet, dan ziet hij kansen in een centrale plek in de wijk, bijvoorbeeld een wijkcentrum. “Dat heeft nog een voordeel: je brengt ouders van verschillende scholen en culturen met elkaar in contact.” Niet voor niets onderzoekt Al Amana zelf de stap naar familieschool. “We zien gewoon: zonder die ouders krijg je het niet voor elkaar. Je hebt elkaar nodig.”

Naar een stabiele school

Gevraagd naar zijn diepste ambitie houdt Anass het bewust nuchter. “Ik wil een stabiele school. Stabiel in kwaliteit, in huisvesting en in wat we de kinderen kunnen bieden.” Ook droomt hij van een integraal kindcentrum, waarin zorg zoals logopedie, voorschoolse educatie en het basisonderwijs het liefst in één pand samenkomen, met een doorlopende lijn tot en met het voortgezet onderwijs dat vanuit dezelfde koepel naar Overvecht komt. “Onze ambitie is eigenlijk onderwijs van nul tot achttien.”

Wat al die plannen verbindt, is de overtuiging waarmee het gesprek begon. “Wij hebben als school een enorme taak en verantwoordelijkheid. Een kind dat aan ons is toevertrouwd, dat geef je het beste mee dat je kunt. De lunch, het bewegen, de aandacht: het hoort er allemaal bij.”

 

Contact

Wil je met iemand praten over de mogelijkheden van Hapkracht?

Manieren om Hapkracht te steunen

Gerelateerd nieuws

Niet alleen de Messi’s, maar élk kind in beweging

Patrick van der Zalm van SportUtrecht brengt met het schoolvoetbal bijna 6.500 kinderen in beweging, maar zijn grootste voldoening zit bij de kinderen die de sportclub níet vanzelf vinden. Samen met partners als DOCK en Jongerenwerk Utrecht (JOU) werkt hij in de wijk aan deze opgave.

Preventie begint bij sport en bewegen op school en in de wijk

Hapkracht steunt de preventieambitie van het coalitieakkoord "Voor uuu", maar waarschuwt voor de forse bezuiniging op SportUtrecht. De buurtsportcoaches maken bewegen op school en in de wijk mogelijk, juist waar de gezondheidsverschillen het grootst zijn. Bezuinigen op dat fundament ondergraaft de preventieambitie zelf. De oproep: bescherm wat al bewezen werkt.

De vleugels van Utrecht hebben voeten nodig

Cor Jansen, directeur-bestuurder van Utrecht & Partners en onderwijskundige van huis uit, ziet de gezonde stad als een opgave van heel Utrecht, niet van het onderwijs alleen. In dit gesprek vertelt hij over het DNA van de stad, over de school als ontmoetingsplek waar kansen ontstaan, en over hoe je

Een sociale revolutie in de wijk

Jeroen Paul Nijmeijer, directeur van het Samenwerkingsverband Kansengelijkheid en Burgerschapsonderwijs (SKB), ziet kansengelijkheid als een opgave van de hele wijk, niet van de school alleen. In dit gesprek vertelt hij over de school als ankerpunt in de wijk en over structurele financiering die de beweging in de wijk versterkt.
Trude Maas

Gezond leven, de motor voor leren

Na een jaar Hapkracht ziet voorzitter Trude Maas dat gezond eten en bewegen scholen juist kunnen helpen, omdat kinderen beter leren als ze goed eten en bewegen. De aanpak verschoof van commerciële bezorging naar opbouw vanuit de wijk zelf. Komend jaar moet het programma echt gaan vliegen, publiek-privaat en bouwend

Natuur als verbindingskracht

Rob Nillezen, directeur van Utrecht Natuurlijk, ziet zijn organisatie in de eerste plaats als welzijnswerk: mensen samenbrengen via natuur en duurzaamheid. In dit gesprek vertelt hij over herstel in de tuin, de groenmakelaar als nieuwe figuur in de wijk, en over voedseleducatie als volwaardig onderdeel van het onderwijs.
Hapkracht-vriend

Elke hulp is welkom, word een vriend!

Wil jij het Hapkracht initiatief steunen? Doneer en maak onze missie mede mogelijk. Samen zorgen we ervoor dat elk kind dezelfde kansen krijgt om gezond op te groeien in Utrecht.

Geef kinderen de kracht die ze verdienen. Word vandaag nog Hapkracht-vriend.