Niet één drempel, niet één oplossing

Leonie Gotink werkt bij SportUtrecht en houdt zich al jaren bezig met één opgave: ervoor zorgen dat alle jeugd in Utrecht beweegt, ook degenen voor wie dat helemaal niet vanzelfsprekend is. Ze weet dat bewegen voor sommige kinderen en jongeren om veel meer draait dan een gymles of een voetbalclub. En dat je er alleen komt als je oog hebt voor de hele omgeving van een kind of jongere: de school, de wijk, en thuis.

Wijkgericht werken als vertrekpunt

Leonie Gotink begon haar loopbaan als buurtsportcoach bij Harten voor Sport, de voorganger van SportUtrecht. Inmiddels is ze stedelijk verantwoordelijk voor alle programma’s rondom sport en bewegen in het onderwijs, van nul tot achttien jaar. SportUtrecht is vanaf het begin strategisch partner van Stichting Hapkracht. De organisatie werkt daarbij bewust wijkgericht, omdat de werkelijkheid in elke wijk anders is. “Elke wijk heeft zijn eigen cultuur en sfeer. Soms verschilt het zelfs per straat. Zijn dit kinderen die zijn opgegroeid met het idee van een sportclub? Of zijn het gezinnen waarbij dat fenomeen helemaal niet vertrouwd is en sluit sporten in de openbare ruimte veel beter aan?” Het gaat daarbij niet alleen om de mensen die er wonen, maar ook om de infrastructuur: welke clubs zijn er, zijn buurtcentra dichtbij, lopen er drukke straten door de wijk die het lastig maken om veilig van A naar B te reizen.

En dan is er iets wat minder tastbaar is maar net zo belangrijk: de relatie. “Niet alle kinderen komen per definitie voor de sportactiviteit zelf. Soms komen ze gewoon voor de juf of meester die de lessen geeft. Dat is superbelangrijk.” Juist daarom hecht SportUtrecht aan vaste gezichten in vaste wijken. Niet rouleren, maar bouwen.

“Het is bijna nooit dat er maar één drempel is en als je deze wegneemt, iemand direct zijn leven lang met plezier gaat sporten en bewegen. Het is vaak best complex”

Het is bijna nooit één drempel

Wie denkt dat je een kind aan het sporten krijgt door simpelweg een activiteit aan te bieden, begrijpt de werkelijkheid niet. De drempels zijn samengesteld en hangen met elkaar samen. “Het zit soms letterlijk in ademruimte,” zegt Leonie. “Sta je als gezin onder stress doordat er financiële of mentale problemen zijn, dan maakt het heel lastig om over dit soort dingen na te denken.” Geld maar ook logistiek speelt een grote rol: hoe duur is de sport, lukt het ouders om kinderen te brengen, heeft het kind een fiets? Ook veiligheid van de route naar het aanbod telt mee. En dan is er nog iets wat mensen minder snel benoemen: motorische ontwikkeling. Kinderen die daarin al wat achterlopen, voelen zich misschien veel minder senang bij het bewegen in een groep. Ze doen minder mee en haken eerder af. Daarom verzorgen wij ook het bewegingsonderwijs op verschillende scholen, met het SportUtrecht Beweegteam en zetten we komend jaar in op het jongste kind. Het is zo belangrijk dat er vroeg wordt ingezet op die motorische ontwikkeling want; jong geleerd is oud gedaan.

“Het is bijna nooit dat er maar één drempel is en als je deze wegneemt, iemand direct zijn leven lang met plezier gaat sporten en bewegen. Het is vaak best complex.” En als je ouders het zelf ook nooit hebben gedaan, is dat opnieuw een extra hobbel.

Op school begint het. Maar daar eindigt het niet

Op school zijn twee keer 45 minuten bewegingsonderwijs verplicht, in de vorm van gymlessen. Verder is de school vrij om te bepalen wat ze nog meer doet met bewegen, en dat verschilt enorm. Wat altijd wel gebeurt: kinderen hebben een ochtend- en een middagpauze op het schoolplein. Dat is een kans, maar of die wordt benut hangt af van twee dingen. De hardware: zijn er doeltjes, hinkelpaden, materialen? En de software. “Zijn de professionals op het plein bezig om kinderen te activeren, of zorgen ze vooral dat er geen conflicten ontstaan? Is het een pleinwacht of een spelbegeleider?” Dat verschilt behoorlijk per school.

Scholen hebben al ontzettend veel op hun bord. “Bewegen is niet het eerste waar scholen aan denken. Juist daarom kijken wij hoe bewegen kan aansluiten bij wat er al is en hoe het bijdraagt aan andere thema’s zoals conflicthantering of het behoud van concentratie. Het hoeft er niet altijd bovenop te komen.” SportUtrecht doet dat bijvoorbeeld via het Utrechts Beweegprogramma, een begeleidingstraject van ongeveer een jaar waarbij per school wordt gekeken waar de meeste winst te halen is om meer beweging in de schooldag te krijgen. “Als een kind van niet-bewegen naar bewegen gaat tijdens de pauze, is dat minimaal een halfuur winst per dag.” Omdat er veel kansen liggen op het schoolplein, hebben aandachtscholen momenteel de mogelijkheid een Pauzesportbox met mooie materialen aan te vragen om het bewegen op het schoolplein extra te stimuleren. In Overvecht loopt ook een pilot waarbij oudere leerlingen worden opgeleid als junior coach: zij begeleiden op het schoolplein spellen voor jongere kinderen. “Je geeft hen verantwoordelijkheid, je koppelt het aan het thema burgerschap, het ontlast én het activeert. Als dat lukt, heb je echt een win-win-win.”

De stap naar een club: lang niet voor iedereen logisch

Na school is het aanbod er wel, in Utrecht meer dan op sommige andere plekken. Maar lang niet alle kinderen vinden hun weg daarheen, en de kinderen die de meeste steun nodig hebben staan ook het verst van die stap af. De buurtsportcoaches van SportUtrecht zijn de brug. Ze zijn actief op de scholen waar de meeste niet-sportende kinderen zitten, nemen vragenlijsten af over hun sportparticipatie en behoefte, zijn actief op het schoolplein, zijn aanwezig bij koffieochtenden en gaan in gesprek met ouders en kinderen over vervolgstappen. Ze kennen het aanbod in de wijk en kijken per kind wat past. “Of dat nou de voetbalclub om de hoek is, dans in het buurtcentrum of basketballen met vrienden op een plein, dat maakt niet uit. Als iemand maar zijn of haar plek vindt.”

Dat traject vraagt een lange adem, zeker bij jongeren die al voor zichzelf hebben besloten dat bewegen niets voor hen is. Ondertussen verandert het sportlandschap zelf ook. Traditionele verenigingen vragen logischerwijs veel van ouders wat niet meer altijd haalbaar is: bardienst, rijden naar uitwedstrijden, vrijwilligerstaken. “Je ziet dat dat steeds meer in het geding komt bij wat er mogelijk en wenselijk is.” Tegelijkertijd groeit de behoefte aan flexibeler aanbod voor de oudere jeugd: sportscholen, hardlopen, Calisthenics. En dan is er nog de digitalisering: meer schermtijd betekent minder bewegen, en de verleiding begint op steeds jongere leeftijd. Dat maakt de opgave alleen maar groter.

Een kind loszien van zijn ouders kan niet

“Sport is veel meer dan letterlijk bewegen,” zegt Leonie. “Het zit in kunnen meedoen, leren samenwerken, omgaan met winst en verlies. Ergens gewoon je ei in kwijt kunnen.” Dat is ook waarom ze zo gelooft in wat Hapkracht probeert te doen. “Ik vind het heel belangrijk dat alle kinderen in de stad gelijke kansen krijgen. Op bewegen, op voeding, op alles. Als we slim omgaan met alle middelen die er zijn, ze bundelen en vanuit een gezamenlijke visie inzetten, ja, dan ben ik alleen maar voor.”

Die gelijke kansen ontstaan alleen als je ook naar ouders kijkt. “Je kunt een kind nooit loszien van zijn ouders. Als ouders drempels ervaren, zijn dat automatisch ook de drempels van het kind.” Wil een kind lid zijn van een voetbalclub, maar is dat logistiek niet haalbaar? Dan is dat aanbod misschien niet passend, hoe graag het kind ook wil. “Dan is het kijken met die ouders wat wél haalbaar is. Kan je samen optrekken met andere ouders bij die club? Die lasten met elkaar verdelen? Dat is soms best complex.”

Een plek die bruist, midden in de wijk

Als je Leonie vraagt naar haar droom, krijg je geen beleidsplan, maar een beeld. Een park, niet aan de rand van een wijk maar er middenin. Dichtbij de huizen. Met een buurtcentrum erbij, een school, een wandellint eromheen. Een plek waar je kunt bewegen in organisatieverband, maar ook gewoon zelf. “Idealiter wil ik dat het aanbod kosteloos is, of in ieder geval laagdrempelig. Wat echt voor en door de wijk wordt gedaan. Wat bruist, wat positiviteit uitstraalt. En wat bewegen activeert: als je het ziet, wil je vanzelf meedoen.”

Contact

Wil je met iemand praten over de mogelijkheden van Hapkracht?

Manieren om Hapkracht te steunen

Gerelateerd nieuws

Elk kind heeft recht op preventie

Sanne Nijhof, Johannes Noordstar en Anne Hoefnagels screenen jaarlijks 1.200 kinderen in het Wilhelmina Kinderziekenhuis op voeding, beweging en slaap. Hun inzichten zijn toepasbaar thuis, op school en in het ziekenhuis.

Alle deuren dicht, één deur open: hoe Amina een wijk verbindt vanuit eigen kracht

Amina Berkane Abakhou is sociaal verbinder, groepscoach en initiatiefnemer van Samen Kanaleneiland. In dit gesprek spreekt Amina over verantwoordelijkheid, waardigheid en de kracht van mensen in hun eigen positie zetten, zonder hen uit handen te nemen wat van hen is.

De ring uit, de wijk in

Houda Loukili werd Nederlands kampioen kickboxen en werkt als beleidsadviseur inclusie bij SportUtrecht. Al acht jaar traint ze meiden die de reguliere sport niet bereikt. Haar geheim? "Ze komen niet omdat ze van sport houden. Ze komen omdat het veilig en gezellig is."

“Van theater naar spreadsheets: bouwen aan iets dat er nog niet is”

Len Tibben studeerde theaterwetenschap, maar ontdekte dat hij liever budgetten maakte dan toneelgeschiedenis bestudeerde. Als penningmeester van Hapkracht zet hij zijn ervaring als Business Controller in voor de financiële basis van de stichting. "Ik bouw graag met spreadsheets aan iets dat ertoe doet. En elk kind in Utrecht een gezonde

Van 100 namen naar Hapkracht

Art director Remo Deijns van bureau Vandenberg ontwikkelde samen met het team van Hapkracht de naam, het logo en de visuele identiteit. "Je hoeft het maar één keer te horen en mensen onthouden het," zegt Remo.

Elk blikje telt: Central Park doneert statiegeld aan Hapkracht

In de negentig meter hoge kantoortoren Central Park op het Jaarbeursplein werken dagelijks 2.000 mensen. Zij zamelen hun statiegeld in voor Hapkracht. "Met iets kleins als statiegeld zorgen we ervoor dat kinderen een gezonde lunch krijgen," zegt Joanne Roozenburg van Bouwinvest.
Hapkracht-vriend

Elke hulp is welkom, word een vriend!

Wil jij het Hapkracht initiatief steunen? Doneer en maak onze missie mede mogelijk. Samen zorgen we ervoor dat elk kind dezelfde kansen krijgt om gezond op te groeien in Utrecht.

Geef kinderen de kracht die ze verdienen. Word vandaag nog Hapkracht-vriend.