In het Wilhelmina Kinderziekenhuis zien kinderarts en hoogleraar Sanne Nijhof en de klinisch gezondheidswetenschappers en onderzoekers Johannes Noordstar en Anne Hoefnagels dagelijks wat er gebeurt als de basis van gezondheid onder druk staat. Zij begeleiden kinderen met een chronische aandoening en screenen hen jaarlijks op leefstijlthema’s zoals voeding, beweging en slaap. De uitkomsten zijn helder: kinderen die onvoldoende bewegen, ongezond eten of slecht slapen, hebben minder energie, minder zelfvertrouwen en ervaren vaker klachten.
Die inzichten gelden niet alleen voor kinderen met een chronische aandoening; ze zijn relevant voor álle kinderen. En precies dáár raken hun werk en dat van Hapkracht elkaar. Waar het 030 Lab Preventieloket binnen het ziekenhuis vroegtijdig signaleert en ondersteunt, zet Hapkracht zich in op Utrechtse basisscholen met dagelijks gezonde lunches en meer beweging. We spraken hen over het belang van vroeg signaleren, de kracht van bewegen en waarom hun ervaring in het ziekenhuis laat zien dat preventie op jonge leeftijd verschil maakt.
.Foto: Sanne Nijhof
“Gezondheidsverschillen verkleinen kan geen enkele organisatie alleen. Dat vraagt om samenwerking”
Drie perspectieven, één team
Dat dit gesprek met drie mensen tegelijk plaatsvindt, is geen toeval. Sanne Nijhof, kinderarts sociale pediatrie en recent benoemd tot hoogleraar Interdisciplinaire Preventieve Kindergeneeskunde, werd gevraagd om vanuit het WKZ in gesprek te gaan met Hapkracht. “Maar ik dacht: het is veel leuker om dat samen te doen. Juist die verschillende perspectieven laten juist zien hoe belangrijk samenwerking tussen disciplines op dit onderwerp is.”
Sanne ziet kinderen van 0 tot 18 jaar. Als kinderarts sociale pediatrie kijkt zij niet alleen naar de ziekte, maar naar het kind als geheel. “Ik kijk naar de ziekte, naar het kind zelf én naar de omgeving. Aan welke knoppen kunnen we draaien om dit kind beter te laten gedijen? Soms zit de oplossing in behandeling, maar vaak ook in leefstijl, context of ondersteuning.” Vanuit haar rol als Domain Chair Thriving and Healthy Youth binnen het onderzoeksprogramma Dynamics of Youth verbindt zij onderzoekers uit uiteenlopende disciplines rondom één centrale vraag: wat hebben kinderen nodig om gezond op te groeien?
Waar Sanne vooral de brede lijnen ziet, werkt Johannes Noordstar dicht op de dagelijkse praktijk. Als kinderoefentherapeut, pedagoog en klinisch gezondheidswetenschapper is hij betrokken bij het 030 Lab Preventieloket en bij WKZsportief, een programma dat als doel heeft om alle kinderen met een chronische ziekte of fysieke beperking aan het sporten te krijgen. Een urgente missie, want naar schatting sport dertig tot vijf-en-dertig procent van deze kinderen in Nederland niet. “Daar doen we ook wetenschappelijk onderzoek naar” vertelt Johannes.
Anne Hoefnagels vormt de verbindende schakel achter de schermen. Als postdoc en projectcoördinator bewaakt zij het grootschalige vragenlijstenproject dat de basis vormt voor de vroegsignalering binnen het WKZ. Zij zorgt ervoor dat de vragenlijsten worden uitgezet, ingevuld, en dat de signalen op de juiste plek terechtkomen. “Daarnaast kijk ik ook hoe we het 030 Lab Preventieloket duurzaam kunnen inbedden in de organisatie en goed kunnen verbinden met andere projecten.”
Samen vormen zij drie perspectieven op hetzelfde doel: kinderen zo vroeg mogelijk ondersteunen, zodat problemen kleiner blijven of zelfs voorkomen kunnen worden.
Het 030-loket: vroeg signaleren, vroeg handelen
In het Wilhelmina Kinderziekenhuis vullen jaarlijks ongeveer 1.200 kinderen met een chronische aandoening vragenlijsten in over hun welzijn. Hoe gaat het op school? Hoe zit het met energie, pijn of stemming? Bewegen ze genoeg? Eten ze gezond? Slapen ze goed?
Binnen het PROactive cohort worden deze antwoorden geanalyseerd. Wanneer scores/antwoorden om aandacht vragen, worden ze via het 030 Lab Preventieloket omgezet in concrete ondersteuning. Dit loket richt zich op drie pijlers van gezondheid: een diëtist voor voeding, Johannes voor beweging en een ergotherapeut, verbonden aan zowel het WKZ als revalidatiecentrum De Hoogstraat, voor slaap.
“Het gaat bijvoorbeeld om kinderen met taaislijmziekte, jeugdreuma, aangeboren hartaandoeningen of nierziekten,” legt Sanne uit. “Maar eigenlijk vinden we dat ieder kind heeft recht op dit soort preventieve ondersteuning. Ook als je maar één keer in het ziekenhuis komt. De gezondheidszorg heeft een signalerende rol, en die stopt niet bij de voordeur van het ziekenhuis.”
Anne vult aan: “Uit die vragenlijsten komen soms duidelijke signalen naar voren. En dan zorgen wij dat die informatie bij de juiste experts terechtkomt.” Jaarlijks blijkt bij ruim 200 kinderen extra ondersteuning of vervolgactie gewenst te zijn op minimaal één van de drie domeinen.
Johannes legt uit wat dat concreet betekent: “Volgens de Nederlandse beweegrichtlijn zouden kinderen minstens 60 minuten per dag fysiek actief moeten bewegen en drie keer per week moeten sporten. We vragen bijvoorbeeld of een kind op een sportclub zit. Als het antwoord ‘nee’ is, gaan we bellen om te begrijpen waarom en of we mogelijk kunnen ondersteunen bij het zoeken naar een passende sport.”
Foto: Johannes Noordstar
“Op het moment dat kinderen meer gaan bewegen, gaat hun zelfvertrouwen en hun globaal zelfbeeld gemiddeld omhoog”
Eerst luisteren, dan adviseren
Voordat Johannes ouders benadert, stemt hij altijd af met de behandelend arts. “Ik ben zelf geen arts. Daarom checken we eerst of er medische of andere redenen zijn waardoor contact niet passend zou zijn.”
Het telefoontje zelf is een open gesprek. “Ik stel vooral vragen. De ouder of het kind vertelt het verhaal. Pas als je begrijpt wat er speelt, ontstaat er ruimte om mee te denken.” De redenen waarom kinderen niet sporten zijn uiteenlopend: soms vinden ze het niet leuk, soms speelt de tijd die ouders overhouden met alle zorgtaken, soms spelen sociaaleconomische factoren. Sanne vult aan: “Johannes heeft van alles in zijn arsenaal waardoor hij ook ondersteunend kan zijn als ouders sport niet kunnen bekostigen. Dat wil je bespreekbaar maken.”
Het aanbod is concreet. Via WKZsportief kunnen kinderen deelnemen aan de FC Utrecht Experience: kinderen volgen trainingen op het veld of in de gymzaal naast het stadion, compleet met FC Utrecht-tenue en stadionbezoek. Wonen kinderen verder weg, dan verwijst Johannes bijvoorbeeld door voor een passende sport. Ouders en kinderen kunnen desgewenst ook naar het ziekenhuis komen voor een persoonlijk gesprek. “Sommige mensen vinden het toch prettig om even live iemand te zien,” zegt Johannes. “Die mogelijkheid geven we ook.”
De reacties zijn overwegend positief. “Ouders waarderen het enorm dat er breder naar gezondheid wordt gekeken dan alleen naar de aandoening waarvoor ze in het ziekenhuis komen,” zegt Sanne. Johannes herkent dat: “Ouders merken dat die vragenlijst niet voor niets is ingevuld. Er wordt echt iets mee gedaan.”
Niet opleggen, maar uitvragen
De persoonlijke benadering is geen toeval, maar een bewuste keuze. Sanne: “We hebben echt de bedoeling gehad om zoveel mogelijk bottom-up te werken. Uitvragen: dit valt ons op, zit bij jullie ook een behoefte? Oké, nu niet, maar misschien straks wel. Mogen we nog een keertje terugbellen? En dat werkt. Het gaat echt draaien.”
Het klinkt simpel, maar het verschil met ‘van bovenaf opleggen’ is groot. “Niet over mensen uitstorten, maar vragen wat ze nodig hebben,” vat Sanne samen. “Er is vaak veel behoefte aan ondersteuning bij ouders en kinderen. Maar je moet wel de moeite doen om dat uit te vragen.”
Het is een aanpak die ook voor Hapkracht herkenbaar is: niet bepalen wat een gezin of school nodig heeft, maar samen kijken wat past.
Het fundament voor een leven lang bewegen
“We weten uit onderzoek dat zelfvertrouwen sterk samenhangt met sportdeelname,” vertelt Johannes. “Op het moment dat kinderen meer gaan bewegen, gaat hun zelfvertrouwen en hun globaal zelfbeeld, hoe tevreden ben je met jezelf, gemiddeld omhoog. Vriendschappen en sociale contacten zijn bovendien enorm beschermend voor mentaal welzijn – en die ontstaan vaak juist tijdens sport.”
Het verschil is zichtbaar in de praktijk. Een kind met een stevige basis doet makkelijker mee, ervaart plezier en voelt zich onderdeel van de groep. Een kind dat die basis mist, trekt zich sneller terug. Johannes: “Veel van de kinderen met een chronisch zieke sport niet. Dat zijn kinderen die dat fundament missen. Daar proberen we iets aan te doen.”
Voeding, beweging en slaap: een onlosmakelijk trio
Ook voeding wordt actief gescreend. In de vragenlijsten wordt onder andere gevraagd naar ontbijtgewoonten, regelmaat in maaltijden en het gebruik van suikerhoudende dranken. Ook hierbij kan het 030 Lab Preventieloket ondersteuning bieden wanneer er aandachtspunten zijn. Anne: “We hebben met elkaar gezocht naar de grens waarbij je gaat bellen. Je wilt een ouder niet bellen als een kind in het weekend een keer een suikerhoudend drankje drinkt, dat doet iedereen.” Waar de scores aandacht vragen, neemt de diëtiste contact op. Die geeft uitleg over gezonde voeding, kijkt indien nodig/gewenst mee via een voedingsdagboek en verwijst waar nodig door naar ondersteuning in de eigen regio van het gezin.
Bij slaapproblemen wordt een ergotherapeut betrokken, en niet voor niets, want slaapproblemen raken het hele gezin. Sanne: “Als een kind een slaapprobleem heeft, heeft het hele gezin een slaapprobleem. In ieder geval ook de ouders. Dus die worden er zeker ook in meegenomen.”
Een verrassende bevinding is de sterke samenhang tussen de drie domeinen. Johannes: “Als kinderen slecht slapen, raakt hun hele bioritme verstoord. Ze hebben ’s ochtends geen trek, nemen geen ontbijt, worden futloos en hebben geen energie om te bewegen. Zo ontstaat een negatieve spiraal. Daarom zien we vaak dat kinderen op meerdere domeinen tegelijk uitvallen.”
Juist daardoor kunnen kleine interventies groot effect hebben. Sanne: “Een simpel advies als ‘anderhalf uur voor bedtijd geen scherm meer’ kan al een enorm verschil maken. En dat werkt vervolgens door in voeding en beweging.”
Foto: Anne Hoefnagels
“Het mooie is dat wetenschap en praktijk hier samenkomen. Je kunt monitoren wat werkt en daar weer van leren”
“Ik heb nu een ander kind aan de keukentafel”
De eerste analyses laten positieve signalen zien. Anne: “We zagen dat een deel van de kinderen een jaar later niet meer uitviel op de vragenlijsten. We willen nu beter begrijpen wat er in dat tussenliggende jaar is gebeurd. Zijn ze bijvoorbeeld daadwerkelijk bij een sportclub gegaan en echt meer gaan sporten? En zo niet, kunnen we eventueel nog iets aanvullends voor ze betekenen? Daarom nemen we soms na ongeveer een half jaar opnieuw contact op om te kijken hoe het gaat.” Uit breder onderzoek naar vergelijkbare initiatieven bij volwassenen blijkt dat een persoonlijke aanpak werkt: veel vragen stellen, zoeken waar de veranderwens zit, samen kijken wat past. Precies de methode die het 030 Lab Preventieloket hanteert.
Voor Johannes zijn de persoonlijke verhalen betekenisvol. “Een vader zei laatst: ‘Ik heb nu een ander kind aan de keukentafel zitten. Altijd als laatste gekozen, nooit kunnen meedoen. Nu doet hij mee bij de FC Utrecht Experience en voelt hij zich onderdeel van de groep. Een veel zelfverzekerder jongetje.’”
Sanne plaatst het in een breder perspectief: “Kinderen met een chronische aandoening hebben een verhoogd risico op psychosociale problemen en op latere gezondheidsproblemen. Daarom is leefstijl zo belangrijk. Tegelijkertijd zien we juist ook veel veerkracht en die willen we versterken.”
Van en met elkaar leren
Johannes werkte 10 jaar als kinderoefentherapeut op het speciaal basisonderwijs. De realiteit van kinderen die zonder eten naar school komen, kent hij van dichtbij. “Ik nam altijd extra boterhammen mee. Eerst eten, dan behandelen. Daarom spreekt een initiatief als Hapkracht me enorm aan. Ik vind het een prachtig project.”
Johannes is benieuwd naar wat de effecten op scholen zijn. “Het maakt echt uit of je voldoende hebt gegeten en bewogen. Dan ben je bijvoorbeeld beter in staat je te concentreren en minder snel geïrriteerd.”
Het team ziet concrete kansen voor kennisuitwisseling. “Onze inzichten over slaap, voeding en beweging zijn niet alleen relevant voor chronisch zieke kinderen,” zegt Sanne. “De tools die we gebruiken, zoals praatplaten en screeningsmethoden, zijn net zo toepasbaar in het basisonderwijs.”
Johannes deelt een inspirerend voorbeeld uit Engeland: de Daily Mile. “Elke dag om half drie, als de concentratie afneemt, ging er een bel. Alle kinderen renden naar buiten om een mile hard te lopen. Wie dat moeilijk vond, pakte een fiets. Iedere dag. Kost niks. En zo voldeed iedereen aan de beweegrichtlijn.”
Ook de omgeving maakt verschil. Sanne: “Behoorlijk wat scholen hebben schoolpleinen met vooral tegels. Onderzoek uit het programma Healthy Play, Better Coping van Dynamics of Youth laat zien: als kinderen meer en vrijer mogen spelen, zitten ze beter in hun vel. Daar ligt nog veel winst.”
Daarnaast is het betrekken van ouders essentieel. “Gezond gedrag moet ook thuis kunnen landen. Als zorgprofessionals hebben wij kennis en overtuigingskracht. Die kennis mag ook de wijk in. En ik denk dat we in samenwerking met een initiatief als Hapkracht veel meer kunnen bereiken dan ieder voor zich.”
Anne beaamt: “Het mooie is dat wetenschap en praktijk hier samenkomen. Je kunt monitoren wat werkt — en daar weer van leren.”
Preventie kent geen muren
Wat het gesprek met Sanne, Johannes en Anne duidelijk maakt: preventie stopt niet bij het ziekenhuis. De kennis die in het WKZ wordt opgebouwd bij kinderen met een chronische aandoening, is relevant voor alle kinderen. Gezondheid begint bij de basis: bij een goed ontbijt, een gezonde lunch, een uur bewegen, een goede nachtrust en een omgeving die dat ondersteunt.
Dat die overtuiging breed wordt gedeeld binnen het UMC Utrecht, bleek eind vorig jaar. Het ziekenhuis zette het eindejaarsgeschenk van medewerkers om in een donatie aan Hapkracht. Een symbolisch gebaar dat laat zien waar het om draait: investeren in gezondheid voordat problemen ontstaan.
Sanne vat het samen: “Gezondheidsverschillen verkleinen kan geen enkele organisatie alleen. Dat vraagt om samenwerking. Hapkracht doet precies dat: krachten bundelen. En ik ben ervan overtuigd dat we daar samen nog veel meer in kunnen betekenen.”
Johannes sluit af met een glimlach: “Ken je Rashford? Die heeft zich als voetballer enorm ingezet voor gratis schoolmaaltijden voor kinderen in Engeland. Precies wat Hapkracht ook doet. Zo’n ambassadeur zoeken we nog. Ik was niet zo goed in voetbal, maar anders had ik het met liefde gedaan.”
———
Over de geïnterviewden
Het 030 Lab Preventieloket en het PROactive cohort maken deel uit van het Child Health Disease Cohort (030-lab) binnen het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) van het UMC Utrecht, onder leiding van prof. dr. Kors van der Ent. De geïnterviewden zijn vanuit hun eigen rol betrokken bij deze programma’s.
Het 030 Lab Preventieloket is mede mogelijk is gemaakt door het
Elise Mathilde Fonds en de Elisabeth von Freyburg Stichting via de UMC Utrecht & Wilhelmina Kinderziekenhuis Foundation.
WKZsportief is mogelijk gemaakt door UMC Utrecht & Wilhelmina Kinderziekenhuis Foundation.
Prof. dr. Sanne Nijhof is kinderarts sociale pediatrie en hoogleraar Interdisciplinaire Preventieve Kindergeneeskunde aan het Wilhelmina Kinderziekenhuis van het UMC Utrecht. Als Domain Chair Thriving and Healthy Youth binnen het onderzoeksprogramma Dynamics of Youth verbindt zij onderzoekers uit verschillende disciplines rondom de gezondheid van kinderen en jongeren.
Dr. Johannes Noordstar is kinderoefentherapeut, pedagoog en klinisch gezondheidswetenschapper aan het Wilhelmina Kinderziekenhuis van hetUMC Utrecht. Hij werkt daarnaast als docent bij de opleiding Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht en in een 1e-lijns kinderoefentherapiepraktijk.
Anne Hoefnagels is klinisch gezondheidswetenschapper, postdoc en projectcoördinator voor het PROactive cohort, 030 Lab Preventieloket en andere gerelateerde projecten aan het Wilhelmina Kinderziekenhuis van het UMC Utrecht.