Mark Verhoef is eigenaar van de Gagelgaard, een zelfoogsttuin op het terrein van tuincentrum Steck in Overvecht. Vanuit een achtergrond in welzijnswerk bouwde hij aan voedseltuinen, een zelfoogstmodel en een droom van een hyperlokaal voedselsysteem voor de wijk. In dit gesprek vertelt hij over groene wijken, eigenaarschap, de kracht van samen tuinieren, en hoe grote maatschappelijke transities juist kansen bieden voor het sociaal domein.
Een wijk zien
Mark Verhoef rolde Overvecht in op de fiets, zoekend naar een betaalbaar huurhuis na zijn studie culturele en maatschappelijke vorming. Hij werkte aanvankelijk voor een welzijnsstichting in Hoograven en Lunetten, maar zijn band met de wijk was bescheiden. Maar hij bleef. Al 22 jaar. “Overvecht stond niet bovenaan het lijstje. Maar ik kon die wijk wel zien. Het is een hele mooie groene wijk, een diverse wijk. En ik geloof heel erg: als je een ander verhaal uitstraalt, ga je ook de mensen ontmoeten die dat andere verhaal willen vertellen en willen maken.”
Via de Voedseltuin Overvecht, waar hij als vrijwilliger bij betrokken raakte, kreeg hij de kans op een betaalde rol als coördinator.
Buurthuis in de open lucht
Vanuit die rol bouwde hij de voedseltuin uit van één moestuin bij boerderij de Gagelsteede naar vier locaties in Overvecht, met zo’n zestig vaste vrijwilligers. Hij noemt dit soort plekken “buurthuizen in de open lucht”. “Voedselverbindingsplekken, waar mensen heel laagdrempelig gewoon in de buitenlucht bezig kunnen zijn. En je haalt er je eigen gezonde eten vandaan. Ik denk dat er heel erg behoefte is aan nog meer van dit soort plekken. Ook plekken waar samen wordt gekookt.”
.
“Voedsel en energie zijn precies de thema’s waarmee je een wijk in beweging kunt krijgen”
Een open deur voor het sociaal domein
Mark heeft de afgelopen jaren regelmatig het gesprek gezocht met het sociale domein. “De mensen die bezig zijn met voedselvernieuwing en de partijen in het sociaal domein opereren nu nog te veel in gescheiden werelden. Dat is een gemiste kans. Voedsel en energie zijn precies de thema’s waarmee je een wijk in beweging kunt krijgen.”
Zijn kritiek is helder, maar zijn boodschap is positief. “Het sociaal domein werkt nog te veel reactief. Maar juist deze transities, in hoe we eten, energie opwekken, de economie organiseren, bieden de kans om relevant te zijn op een nieuwe manier. Niet door problemen op te lossen vóór mensen, maar door mensen eigenaarschap te geven over de dingen die er echt toe doen.”
“Het gaat om betrokken zijn bij de hele keten. Van grond tot mond. Ouders die samen koken. Bewoners die mede-eigenaar worden van de oogst. Het sociaal domein kan die verbindingen faciliteren – als bruggenbouwer. Maar dat vraagt dat je bereid bent om over je eigen domein heen te kijken.”
De zelfoogsttuin: eigenaarschap als model
Vijf jaar geleden verhuisde de voedseltuin naar het terrein van tuincentrum Steck, waar Bob Scherrenberg werkt aan een duurzaam, biodivers voedsellandschap. De schaal groeide. “Als je echt groter gaat, dan moet je ook naar andere verdienmodellen. Dan kan je het niet meer op subsidies alleen doen.” Mark komt uit een tuindersfamilie; die wortels zitten diep. Hij voelde dat als hij niet nu een nieuwe stap zou zetten, hij het nooit meer zou doen.
Het antwoord werd de zelfoogsttuin, gebaseerd op Community Supported Agriculture (CSA): deelnemers kopen vooraf een aandeel in de oogst en delen zo het risico van de teler. Maar Mark benadrukt zijn eigen woordkeuze. “Ik verkoop bewust een áándeel en geen oogst. Het gaat om eigenaarschap. De tuin is van ons allen. Deelnemers zijn geen klant van het land. Ze zijn mede-eigenaar van het idee en de oogst.”
De vaste oogstmomenten zijn bewust gekozen. Niet voor zijn eigen planning, maar omdat deelnemers elkaar dan ontmoeten. “Op de tuin wisselen mensen recepten uit. Er ontstaan spontaan momenten met brood en smeerseltjes. Soms komt iemand gewoon gitaar spelen op een bankje. Die vrijheid vind ik net zo mooi als de oogst zelf.”
De drempel is bewust laag gehouden. Zo werkt Mark met gedoneerde aandelen voor bewoners die de stap financieel niet kunnen zetten. “Dit jaar heb gedoneerde aandelen. Die wil ik heel strategisch inzetten voor een groep vrouwen die uit Overvecht. Samen gaan we kijken hoe de groenten gaan gebruiken.”
Van wortel tot schoollunch: een voedselsysteem voor de wijk
De grenzen tussen landbouw, welzijn en educatie vervagen in Marks visie. Het begint bij kinderen. “Kinderen uit de wijk zien een wortel nu in een plastic zakje. Het zou zo mooi zijn als ze zien hoe die echt uit de grond komt.” De zelfoogsttuin als leerplek voor scholen. Dit is een directe verbinding met het initiatief van Hapkracht.
Het concrete verbindingspunt is in de ogen van Mark een gemeenschapskeuken op Steck. “Ik denk dat we moeten beginnen met zo’n keuken.” Buurtinitiatieven of aanbieders zoals Lunchmaatjes kunnen die gebruiken voor de voorbereiding van lunches. In de avond kunnen dan ouders hier dan gezonde maaltijden maken voor het gezin en voor andere mensen uit de wijk.”
De ingrediënten voor de schoollunches hoeven niet per se alleen van de groothandel te komen. “Het zou fantastisch zijn als dit van zelfoogstuinen in en om Utrecht kan. Wij staan daar voor open. En de andere CSA’s in Utrecht ook.” Op termijn ziet hij Steck als een hyperlokaal distributiepunt: een plek waar producten van lokale tuinen en akkerbouwers samenkomen, worden verwerkt en de wijk ingaan: naar sociale eettafels, naar schoollunches, naar gezinnen.
Want voor Mark is voedsel de sleutel tot een gezondere, hechtere gemeenschap en een rechtvaardiger voedselsysteem in zijn eigen wijk Overvecht en de rest van Utrecht. “Je moet het echt samen anders gaan doen.”