Vandaag gaat Hapkracht in gesprek met wethouder Eelco Eerenberg, die Gezondheid, Onderwijs én Ruimtelijke Ordening in zijn portefeuille heeft. Die unieke combinatie is geen toeval.
Want er ligt een pijnlijke realiteit op tafel: inwoners van Overvecht leven gemiddeld vijf jaar korter dan inwoners van de wijk Noordoost. Een verschil dat al op jonge leeftijd begint. De gemeente werkt daarom hard aan het verkleinen van de gezondheidsverschillen en startte daarom onder meer het programma Gezond Gewicht op School. Scholen pakken het breed aan: gezonde lunch, beweging, voedseleducatie én betrokkenheid van ouders. Deze integrale aanpak maakt het verschil. Maar de gemeente heeft geld voor 13 van de 40 scholen die in aanmerking komen.
Hier komt Hapkracht in beeld: een nieuwe Utrechtse stichting die publieke en private krachten bundelt. Want gezamenlijk kom je verder dan alleen.
In dit gesprek legt Eerenberg uit waarom bundeling de sleutel is, waarom een gezonde stad begint bij ontwerp, en waarom je als bedrijf wilt investeren in gezonde kinderen. Zijn ambitie? Elk kind in Utrecht heeft een gezonde start.
“Elke euro die je nu investeert in gezonde kinderen, levert straks meer op. Lagere zorgkosten, betere schoolresultaten, sterkere arbeidsparticipatie. Dus waarom wachten?”
Op school zijn ze met elkaar
“Ik geloof er heel erg in dat dit een collectief vraagstuk is,” begint Eerenberg direct. “Op school zijn kinderen met elkaar. Daar lunch je, beweeg je, leer je in groepsverband. Die gedeelde momenten leggen de basis voor gelijke kansen.”
De wethouder ziet twee kanten. “Het mag toch niet zo zijn dat het uitmaakt waar je wieg staat of je een goede start kan maken. Maar de positieve kant: als je ergens een verschil kunt maken, is het ook bij deze kinderen.”
Gezond moet ook leuk zijn, vindt hij. “Als lunchen en bewegen in groepsverband gebeurt, wordt het gewoon normaal. Elk kind doet mee. Zo krijgt iedereen hetzelfde mee.”
De pijnlijke streep
Eerenberg legt uit waarom Hapkracht nodig is. “We hebben een lijst van scholen waar we de grootste impact kunnen maken. Maar we kunnen niet alle scholen op die lijst voorzien van het programma. “
“Maar als we werkelijk alle kinderen willen bereiken die het nodig hebben, moet het anders. Dan moeten publieke en private partners écht de handen ineenslaan. Die bundeling van krachten, daar hangt het van af.”
Alleen lunches? Dat beklijft niet
Waarom is het programma succesvol? “Dit gaat niet alleen over een boterham,” legt Eerenberg uit. “Je moet gezond eten altijd in de context zien van een gezonde leefstijl. Als je alleen maar zegt ‘neem een gezonde lunch’, maar vervolgens beweeg je te weinig, dan doe je dat effect ook teniet.”
Daarom bieden de scholen vier pijlers aan: gezonde schoollunch, meer bewegen, voedseleducatie en ouderbetrokkenheid. De gemeente financiert deze aanpak. “Kinderen moeten vaardigheden leren. Ze moeten gezonde beweeg en voedingspatronen leren in een maatschappij waar de verleidingen heel groot zijn. Je leert ze niet alleen wát gezond is, maar ook hóe ze gezonde keuzes maken.”
Dat deze aanpak effectief is, blijkt uit de praktijk. “In Limburg hebben ze met ‘De Gezonde Basisschool van de Toekomst’ precies deze aanpak getest – dat initiatief was een voorbeeld voor Utrecht. Met losse interventies maak je minder impact. Als je alles samenbrengt, is het effect langdurig.”
Ook economisch is het slim. Eerenberg verwijst naar de Heckman-curve: een economische theorie die aantoont dat investeren in jonge kinderen het hoogste maatschappelijke rendement oplevert. “Elke euro die je nu investeert in gezonde kinderen, levert straks meer op. Lagere zorgkosten, betere schoolresultaten, sterkere arbeidsparticipatie. Dus waarom wachten?”
Samen effectiever
“Wat mij betreft gooien we al het geld in één pot,” zegt Eerenberg direct. “Dat is veel effectiever dan dat iedereen zijn eigen programma uitvoert. Je hebt die collectiviteit nodig om echt impact te maken.” En het mooie: private partners kunnen dan direct aansluiten bij een bestaande, bewezen aanpak. In plaats van steeds opnieuw het wiel uitvinden.”
“In combinatie met Hapkracht kunnen we het fundament uitbreiden naar meer scholen. De gemeentelijke middelen lopen nu tot eind 2028. Het zou heel vreemd zijn om daarna te stoppen. De resultaten zijn zichtbaar: kinderen zijn gezonder, de concentratie op school verbetert, ouders zijn enthousiast.”
Hij kijkt vooruit. “Wat mij betreft is dit ook in de volgende collegeperiode – met de nieuwe coalitie – een prioriteit. Dit moet structureel, niet tijdelijk.”
De leukste portefeuille van Nederland
Eerenberg heeft een unieke positie: ruimtelijke ordening, onderwijs én volksgezondheid. “Ik heb gewoon de leukste portefeuille van Nederland,” zegt hij lachend. “Die drie versterken elkaar enorm. Je kunt een gezonde stad ontwerpen.”
Hij geeft concrete voorbeelden. “Hoe je een stad ontwerpt, zo gebruiken mensen die ook. Wijken met veel groen dat uitnodigt? Mensen gaan naar buiten. Gebouwen dicht bij OV-knooppunten? Meer mensen met het OV. Is dat gezond? Ja. Gezondere lucht, meer beweging.”
Utrecht kijkt naar elkaar om
“Utrecht heeft een traditie van naar elkaar omkijken en gezamenlijk optrekken,” zegt Eerenberg. “Ik zou het heel mooi vinden als we dat ook voor de gezondheid van kinderen doen.”
Het is de bedoeling dat ook private partijen concreet bijdragen. Bijvoorbeeld om als een instelling een school te voorzien van het programma. “Dan maak je echt meters, Op de schaal van een gemiddeld Utrechts bedrijf valt het ook weer mee wat het kost. Maar ook kleine bijdragen tellen. Met de bijdragen van Utrechtse bedrijven – groot of klein – kunnen we ieder kind dezelfde kansen geven.”
Een breed maatschappelijk front
Eerenberg heeft meer ideeën om kinderen gezond te laten opgroeien. Zo pleit hij dat gemeentes meer kunnen sturen op voedselomgeving rond scholen. Denk aan: geen fastfood direct bij het schoolplein en voorkomen dat er op een plek waar al veel ongezond voedselaanbod is niet nog meer toe te staan. Maar dat mag nu niet van landelijke wetgeving.
“In de ruimtelijke ordening mag ik wel sturen op geurhinder of geluid. Maar niet op voedselomgeving. Eigenlijk natuurlijk wel een beetje gek.”
Een voorbijganger op een geleende stoel
Over zijn eigen rol is Eerenberg bescheiden. “Mijn vak is maatschappelijke problemen agenderen. Een oplossing zoeken. Politiek de handen op elkaar krijgen om te investeren.”
Hij vat het samen: “Agenderen, aanjagen, faciliteren. Tegelijkertijd ben ik een voorbijganger op een geleende stoel. De échte verandering maken de scholen, de ouders, de kinderen en partners zoals Hapkracht.”
Help mee
Eerenberg sluit af met een warme oproep. “Dit is een schoolvoorbeeld. We hebben een maatschappelijk probleem wat dwars door alle lagen gaat. En dat pakken we aan in Utrecht.”
“Utrechtse bedrijven: help mee om dit te realiseren. Want met elkaar maken we Utrecht gezonder, school voor school, kind voor kind.”