Veertig jaar werkte Peter Pennenkamp in het openbaar bestuur, onder andere als Directeur-Generaal Welzijn & Sport en Inspecteur-Generaal Werk en Inkomen. Hij werkte aan heroïneverstrekking voor verslaafden, versterkte de gehandicaptensport en bedacht mede ‘verpleeghuiszorg thuis’. Nu zet hij zijn ervaring in als penningmeester van de Van Baaren Stichting en voorzitter van het Utrechtse Fondsenoverleg. “Fondsen kunnen investeren in wat nog te risicovol is voor de overheid. We experimenteren, leren, en als het werkt? Dan bouwen we het samen verder uit – fondsen én gemeente, schouder aan schouder. Dat is de kracht van het nieuwe convenant. En Hapkracht is daar het perfecte voorbeeld van.”
Waarom fondsen belangrijk zijn voor Utrecht
“Ik ken de Utrechtse welzijnswereld langzamerhand goed en vond het gek dat er geen convenant met fondsen was,” vertelt Peter. “Fondsen en gemeente werken soms langs elkaar heen. Terwijl we juist samen zoveel meer kunnen bereiken.”
“Fondsen kunnen vaak stappen zetten die voor de politiek nog te experimenteel zijn. Neem de Straatdokters – daar is de Van Baaren Stichting een van de founding fathers van. Kwetsbare mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats krijgen nu medische zorg. Zonder bureaucratie. Het werkt. Vroeger moesten fondsen pionieren en hopen dat de overheid het later zou oppakken. Straks, met het convenant, werken we vanaf dag één samen.”
“Fondsen kunnen investeren in wat nog te risicovol is voor de overheid. We experimenteren, leren, en als het werkt? Dan bouwen we het samen verder uit – schouder aan schouder”
Foto: Oprichters Van Baaren
Een convenant maakt het verschil
“Op 20 januari 2026 tekenen we het convenant met de gemeente. Dit is een keerpunt voor Utrecht. Fondsen en gemeente gaan structureel samenwerken. We bepalen samen de agenda: wat heeft de stad écht nodig?”
“We willen als fondsen geen vangnet zijn voor bezuinigingen. We willen samen investeren in experimenten die de politiek nog niet aandurft. Als het werkt, bouwen we het samen verder uit – met beide partijen aan tafel. Dat is de kracht van een convenant: ruimte voor innovatie, structurele samenwerking, en vertrouwen dat we er samen voor gaan.”
“Voor Hapkracht betekent dit dat we niet zomaar een ‘leuk initiatief’ zijn dat na drie jaar stopt. We bouwen samen met de gemeente aan structurele oplossingen. Dat trekt ook andere fondsen en bedrijven aan. Ze zien: dit is serieus, hier wordt doordacht over nagedacht.”
Van Baaren Stichting: van kunstminnaars tot maatschappelijke investeerders
“De Van Baaren Stichting heeft een bijzondere geschiedenis,” vertelt Peter. “In 1956 richtten Lambertus en Josephina van Baaren de stichting op. Broer en zus, sociaal bewogen katholieke Utrechters. Zij waren kunstliefhebbers – ze kochten vanaf de jaren ’20 werken aan. Daubigny, Isaac Israëls, Van Gogh maar ook een vrij onbekende Lydia Radda hele mooie collectie.”
“Hun testament bestemde het familiekapitaal – afkomstig uit onroerend goed – voor wezen, grote gezinnen en voorzieningen voor ouderen in Utrecht. Ze richtten ook de Van Baaren Museumstichting op. Die collectie van ruim 400 kunstwerken is nu in het Centraal Museum ondergebracht en daar te zien. Een prachtige erfenis voor de stad.”
Begin deze eeuw koos de stichting een nieuwe koers. “We hebben de directe zorgvoorzieningen voor ouderen afgestoten. Daardoor groeide ons kapitaal en kunnen we nu breder inzetten binnen een straal van 10 kilometer rondom de Domtoren. Jeugd, ouderen, gezondheid, cultuur – dat zijn onze thema’s.”
Wat de stichting bijzonder maakt? “We hebben geen apparaat. Als bestuur beoordelen alle aanvragen zelf. Korte lijnen, snelle beslissingen. We kennen de Utrechtse organisaties, we weten wat er speelt.”
De stichting is actief op meerdere fronten. Sinds 2008 organiseert ze, na een overleg met de gemeente, samen met de Utrechtse musea en Axion Continu de Vrijdagmuseumdag, waarbij ouderen uit verzorgingshuizen musea bezoeken of deelnemen aan een ontmoeting met een museum in hun instelling. “Cultuur is voor iedereen, niet alleen voor wie mobiel is.”
Elk jaar in februari en maart krijgen deelnemers van de Voedselbank via De Tussenvoorziening een HEMA-bon van €50. “Zodat zij zelf kunnen kiezen wat ze kopen. Geen pakketjes, maar waardigheid. Dat principe trekken we door in alles wat we doen.”
Ook investeert de stichting in cultuur: bijvoorbeeld. in 2025: steun aan het Catharijneconvent voor moderne kunst en een curator voor niet-westerse groepen, en aan het Centraal Museum voor ‘Centraal Laat’.
Waatom we in Hapkracht investeren
“Hapkracht raakt precies onze missie. Jeugd, gezondheid, preventie – dat zijn speerpunten. Gezondheidsverschillen in de jeugd werken je hele leven door. Wie als kind niet goed eet, heeft later vaker gezondheidsproblemen, doet het slechter op school, heeft minder kansen.”
“Door kinderen structureel gezond eten en beweging te geven, investeren we in hun toekomst. Dit is preventie op zijn best. En het werkt alleen als je het goed doet: geen stigma, geen aparte regeling voor ‘arme kinderen’. Gewoon: elke school, elk kind, dezelfde kansen.”
“Wat me aanspreekt is de integrale aanpak. Het gaat niet alleen om lunch. Het gaat om bewegen, om ouders betrekken, om scholen ontzorgen. Dat is precies hoe je structurele verandering bereikt. Niet met losse projectjes, maar door alle krachten te bundelen.”
Verschil dat je ziet
“Over drie jaar ben ik tevreden als ik van scholen hoor dat ze verschil merken bij de leerlingen. Meer concentratie, meer energie, minder gezondheidsverschillen. Het is afschuwelijk dat kinderen met honger in de klas zitten. Dat moet stoppen.”
“Ik wil dat er geen sociaal onderscheid wordt gemaakt. Geen ‘pakketjes met gele stickers’ voor arme kinderen. Stigmatisering heeft een levenslang effect. Daarom is het zo belangrijk dat Hapkracht voor álle kinderen is op de scholen waar we werken. Samen eten, samen bewegen. Zo hoort het.”
“En ik hoop dat andere steden denken: als het in Utrecht kan, kunnen wij het ook. Dat fondsen en gemeenten in het hele land gaan samenwerken. Dat zou pas echte impact zijn.”
Advies: geef maatschappelijke verandering tijd
Naast Hapkracht werken de fondsen ook aan Leeskracht, een initiatief rondom leesvaardigheid. “We beginnen in zeven wijken. Het is niet pas een succes als we de hele stad bereikt hebben. Je moet initiatieven de tijd geven om te groeien, te leren, beter te worden.”
“Mijn advies aan andere fondsen? Blijf in energie investeren. Raak niet te snel teleurgesteld. Houd de doelen helder. Maatschappelijke verandering is als brood bakken: je kunt het deeg niet dwingen sneller te worden. Maar door de juiste ingrediënten samen te brengen – fondsen, gemeente, scholen, ouders – en het de tijd te geven, ontstaat er iets waar de hele gemeenschap van kan eten.”