Hoe leer je een kind wat gezond eten is? Begin bij de moestuin. Utrecht Natuurlijk en Hapkracht bouwen samen aan voedseleducatie in de Utrechtse aandachtswijken.
Natuur verbindt mensen. Dat is de overtuiging van Rob Nillezen, directeur van Utrecht Natuurlijk, de organisatie achter vijf stadsboerderijen, zes stadstuinen en ruim 1.200 buurtvergroeners in Utrecht. Hij ziet Utrecht Natuurlijk in de eerste plaats als welzijnsorganisatie die mensen samenbrengt via natuur en duurzaamheid. In dit gesprek vertelt hij over herstel in de tuin, de groenmakelaar als nieuwe figuur in de wijk, en over voedsel als volwaardig onderdeel van het onderwijs, vanuit de moestuin.
Geen biljart, maar een moestuin
Rob Nillezen begon zijn loopbaan als theaterprogrammeur in Nijmegen, maar voelde al snel dat de wereld van podiumkunsten hem niet genoeg naar de samenleving trok. Via cultuurwerk, jongerenprojecten en uiteindelijk Harten voor Sport, later opgegaan in SportUtrecht, waar hij van 2012 tot 2019 directeur was, bouwde hij ervaring op in precies het snijvlak dat hem interesseert: mensen verbinden via iets wat hen intrinsiek beweegt. “Ik geloof het meeste in mensen bij elkaar brengen rondom iets wat hen echt raakt. Dan heb je een reden om samen iets te doen. Het doel is samenleven. Het thema is het middel.”
“Mensen vinden elkaar rond wat hen werkelijk raakt, thema’s waar energie op zit of kan groeien, zoals moestuinieren, sport of cultuur. Van daaruit ontstaat de beweging om samen iets te doen. Het doel is samenleven. Het thema is het middel.”
Dat inzicht nam hij mee naar Utrecht Natuurlijk, waar hij in 2019 directeur werd. Voor hem is de organisatie in de eerste plaats welzijnswerk. “Eén die mensen rondom natuur en duurzaamheid bij elkaar brengt. Van kinderen tot volwassenen, van bewoners tot bedrijven.”
.
“Die locaties zijn een echte afspiegeling van de wijk. Dat zie je nergens zo sterk als hier”
Meer dan een kinderboerderij
Utrecht Natuurlijk bestaat als zelfstandige stichting sinds 2015, maar de wortels gaan veel verder terug. De eerste schooltuinen in de stad stammen uit de jaren dertig. Inmiddels werkt de organisatie met circa 130 medewerkers en meer dan 400 vrijwilligers. De locaties worden jaarlijks zo’n 40.000 keer bezocht door basisschoolleerlingen. En via Buurtnatuur030 zijn ruim 1.200 Utrechters actief als buurtvergroener, verdeeld over meer dan 100 initiatieven in de stad.
De stadsboerderijen en tuinen zijn gratis toegankelijke voorzieningenmidden in de wijk, en dat merk je. Op een lentedag lopen er ruim 2.000 mensen op één locatie. Nillezen ziet ze als de meest multiculturele voorzieningen van de stad: plekken waar ouders met jonge kinderen elkaar vanzelf tegenkomen, ongeacht hun achtergrond. “Die locaties zijn een echte afspiegeling van de wijk. Dat zie je nergens zo sterk als hier.”
Twee locaties bieden specifiek plek aan mensen in herstel: bij burn-out, post-covid of andere zorgvragen. Wekelijks werken hier zo’n 160 tot 170 mensen mee, begeleid vanuit instellingen als Lister en Tussenvoorziening. Een derde locatie op Stadstuin Klopvaart is aangevraagd. Wat Nillezen keer op keer terughoort: “Hier heb ik mijn zingeving teruggevonden. Rust, buiten zijn, werken aan iets wat ertoe doet.”
Buiten de eigen locaties werkt Utrecht Natuurlijk ook aan biodiversiteit en klimaatadaptatie in de stad, samen met bewonersgroepen. Denk aan de bescherming van gierzwaluwen, vleermuizen, ringslangen, egels en padden. Groenmakelaars ondersteunen bewoners die hun straat of buurt willen vergroenen. “Wat je ziet is dat buurtvergroenen en sociale cohesie hand in hand gaan. Je doet het samen met je buren. Die verbinding ontstaat vanzelf.”
De school verdient een groene partner
Utrecht Natuurlijk werkt al jaren nauw samen met het Utrechtse basisonderwijs. Bijna alle basisscholen in de stad maken gebruik van het educatieprogramma: lessen op de stadsboerderijen en tuinen, leskisten en materiaalprojecten die naar de klas gaan, en moestuincursussen waarbij kinderen zelf groenten verbouwen. Jaarlijks goed voor zo’n 40.000 bezoeken, gratis dankzij een gemeentelijke subsidie. Het motto: hoofd, hart en handen. Kinderen leren het beste als ze het zelf beleven.
Nillezen wil graag een stap verder. Hij wil toe naar echt partnerschap, waarbij Utrecht Natuurlijk een vaste stedelijke partner wordt voor scholen, net zoals sport en cultuur dat al zijn. Concreet werkt Utrecht Natuurlijk daarvoor aan de groene leerkracht: een educator die de school binnenkomt, meedenkt over doelen en scholen ondersteunt bij lessen over natuur, voedsel en duurzaamheid. Een leerkracht op een Utrechtse basisschool omschreef het zo: “Gezien de enorme werkdruk is het voor leerkrachten moeilijk de tijd te vinden om zo’n les goed te geven. Daarom is het heel fijn dat Utrecht Natuurlijk dit aanbiedt.” Samen met Natuurcentrum Arnhem en brancheorganisatie GDO is de ambitie om deze werkwijze landelijk te verankeren.
Techniek is daarin voor Nillezen een bewuste toevoeging. Wie de oplossingen voor de toekomst wil bedenken, moet begrijpen hoe natuur, duurzaamheid en techniek hand in hand gaan, binnen de ecologische grenzen van wat de aarde aankan. “De werknemer van de toekomst moet snappen hoe een kringloop werkt.”
Voedsel begint bij de wortel
Voedseleducatie gaat over gezonde voeding, gevarieerd eten, nieuwe smaken leren kennen en begrijpen waar voedsel vandaan komt. Nillezen vindt dat dit thema het beste tot zijn recht komt via natuur en duurzaamheid. “Daar heb je als kind je wortel in de hand. Die trek je zelf uit de grond. Natuur en voeding zijn in wezen hetzelfde verhaal.” Kinderen die zelf groenten kweken in de moestuin, worden meer betrokken bij hun omgeving en leren bijna vanzelf wat gezonde en duurzame keuzes betekenen. Utrecht Natuurlijk geeft samen met partners als Jong Leren Eten via kooklessen en moestuinprogramma’s al invulling aan voedseleducatie op meerdere locaties in de aandachtswijken.
Nillezen ziet een directe verbinding met wat Hapkracht en de gemeente Utrecht nastreven. Naast gezonde schoollunches, extra bewegen en ouderbetrokkenheid is voedseleducatie een even belangrijke pijler. Kinderen leren niet alleen gezond eten, maar begrijpen ook waar voedsel vandaan komt en wat gezonde keuzes betekenen. “Dat is precies het verhaal dat wij ook vertellen, vanuit de tuin.”
De sleutel om nog meer te bereiken zit volgens Nillezen in samenwerken en slim organiseren. Door de goede verbinding met scholen te leggen en elkaars kracht te combineren, kunnen veel meer kinderen worden bereikt en kunnen scholen worden ontzorgd. De uiteindelijke ambitie is om natuur, duurzaamheid en techniek als volwaardig cluster op de nieuwe Utrechtse Onderwijsagenda te krijgen, met voedseleducatie als expliciet onderdeel daarvan. “Maar die agenda is het slotstuk, niet het startpunt. Eerst moeten we hier in de praktijk laten zien dat het werkt. Dat is hoe je een stad opbouwt.”