Gezond eten is geen armoedeverhaal

Matthijs Koopman kookte jarenlang in restaurants in binnen- en buitenland. Twee jaar geleden stond hij ineens drie keer per week in de keuken van een basisschool, en wat hij daar zag liet hem niet meer los. Inmiddels bouwt hij met Stichting Lunchwijs aan een landelijke beweging: een gezonde lunch voor ieder kind, op alle 6.100 basisscholen in Nederland. Niet omdat kinderen arm zijn, maar omdat ze gezond moeten eten. Want te weinig groente en de ongelijkheid van de broodtrommel zitten in alle lagen van de samenleving, niet alleen in de armere wijken. Zijn pleidooi: maak de school verantwoordelijk voor de lunch.

Van restaurantkeuken naar schoolkeuken

De aanleiding was praktisch: Matthijs wilde ook weleens overdag werken in plaats van altijd ’s avonds. Zo kwam hij op een vrije school, waar hij een schooljaar lang drie keer per week een gezonde lunch kookte. Al snel ontstond de gedachte dat het eigenlijk raar is dat dit in Nederland niet overal gebeurt. “Iedereen kreeg hetzelfde te eten. Het was voor iedereen, het was gezond, en de positieve effecten van gezond eten zag je daar dus echt live gebeuren.”

Tegelijk was hij thuis zelf met broodtrommels in de weer. Matthijs las het rapport waarin Deloitte een maatschappelijke kosten-batenanalyse losliet op precies deze vraag: wat kost het, en wat levert het op als alle kinderen in Nederland een gezonde lunch krijgen? Elke geïnvesteerde euro komt volgens dat onderzoek vijfvoudig terug, in lagere zorgkosten en productievere werknemers. “Dat zijn klinkende cijfers.”

Matthijs stapte naar Deloitte met een voorstel: laten we samen bedenken hoe dit van papier naar de praktijk komt. Uit de consultancysprints die ze samen deden kwamen twee dingen: een propositie voor wat Lunchwijs zou moeten zijn, en een organisatieblauwdruk. Femke Kroes, een van de consultants, besloot niet het gebruikelijke pad te lopen van een plan opleveren en weer vertrekken. Zij verliet Deloitte en richtte samen met Matthijs de stichting op, vorig jaar september. Inmiddels zijn ze met zeven mensen, onder wie drie “lunchwijzers” die het contact met de scholen onderhouden.

.

“De school verantwoordelijk maken voor de lunch en niet de ouder. Dat is de shift die we moeten maken”

Wat is een gezonde schoollunch

Lunchwijs is, net als Hapkracht, nadrukkelijk geen aanbieder. Lunchwijs verbindt scholen aan de juiste aanbieders van gezonde lunch en voedingseducatie, en loopt mee tot het staat. Daarmee kiest Lunchwijs voor een nauwere afbakening dan Hapkracht, dat in Utrecht werkt aan gezond lunchen, bewegen, voedseleducatie én ouderbetrokkenheid. “Allemaal niets ten nadele van bewegen, ontbijt en andere dingen. Onze focus ligt daar.”

Lunchwijs legt scholen een gevarieerd aanbod van lunchmogelijkheden voor: van kant-en-klare gezonde boterhammen voor iedereen tot een op school vers bereide warme maaltijd. Dat laatste vindt Matthijs zelf de beste oplossing, maar hij is er nuchter over. “Dat is ook best intensief. Daar moet je ruimte voor hebben, tijd voor vrijmaken, en kinderen moeten er ook aan toe zijn om ineens warm te gaan lunchen.”

Wat wel altijd geldt, is de definitie. Een lunch is pas een gezonde schoollunch als hij aan drie dingen voldoet. Er zit 100 tot 150 gram groente in, afhankelijk van hoe vaak per week de school de lunch aanbiedt, want kinderen in Nederland eten structureel te weinig groente. De hele klas doet mee, het liefst de hele school. En het moet kunnen voor negen euro per week, ongeveer drie dagen samen eten. “Je moet het gewoon ook voor dat budget kunnen doen.”

Dat “de hele klas doet mee” is geen detail, maar het hart van zijn verhaal. Een ouder die weigert en zijn kind iets meegeeft, mag dat wat hem betreft doen. Maar het kind heeft altijd het recht om aan te schuiven. Het gaat hem er niet om de ouder opzij te zetten, maar om de school erbij te halen. “Dat is waar het op neerkomt als je zegt dat het de verantwoordelijkheid van de school is. In de eindsituatie is het de verantwoordelijkheid van de school om voor alle kinderen op die school een lunch aan te bieden.”

Ook de manier van uitserveren telt mee. Uit één grote bak opscheppen in de klas maakt er een collectief moment van.

De gelijkmaker op tafel

Hier zit het punt waarop Matthijs het scherpst is. Het huidige programma Schoolmaaltijden, en alle initiatieven en gemeentelijke verdubbelaars die daarop aansluiten, maken van de gezonde schoollunch een armoedebestrijdingsinstrument. Mooi dat het er is, maar op termijn moet het een gezondheidsgedreven interventie worden die losstaat van armoede.

“Op scholen waar minder armoedeproblematiek is, is echt impact te maken met een gemeenschappelijke, collectieve, gezonde lunch. Ook daar eten kinderen veel te weinig groente. En ook daar wordt met z’n allen hetzelfde eten de gelijkmaker die sociale ongelijkheid terugdringt. Als je het altijd maar in die armoedehoek laat, ga je voorbij aan een aantal echte positieve effecten van een gezonde schoollunch.”

Zelf heeft hij er een beeld voor dat blijft hangen. “Ik noem de gezonde schoollunch ook wel het eetbare schooluniform.”

Scholen, geld, campagne en lobby

Lunchwijs richt zich op vier activiteiten. Scholen aansluiten is de eerste. De tweede is financiering, en dat is precies het werk dat basisschoolpersoneel er niet bij gaat doen. In Zeeland start Lunchwijs na de herfstvakantie met zes scholen in drie gemeenten, geen van alle deelnemer aan het programma Schoolmaaltijden. De directeuren wilden het graag, en Lunchwijs joeg een publiek-private samenwerking aan tussen de drie gemeenten, de provincie Zeeland en de lokale Rabobank. De scholen doen mee, Lunchwijs zelf ook. “We beginnen met 1 dag per week. Zo krijg je het dan toch van de grond.”

De derde activiteit is campagne. Maatschappelijk bewustzijn kweken, en het liefst een ouderbeweging op gang brengen die zegt: dit is gewoon iets wat je als school doet. Matthijs denkt daarbij aan iets in de richting van de Rookvrije Generatie. Een lobby van onderop.

De vierde is de politieke lobby, met als ultieme doel verankering in wetgeving. Maar beleidsbeïnvloeding speelt voor hem op alle niveaus daaronder: gemeentelijk valt er veel te regelen, provinciaal blijkt er meer mogelijk dan gedacht, en de schoolbesturen maken zelf ook beleid. Zeker nu de meerdere subsidiestromen (Schoolmaaltijden, Brugfunctionaris en School en Omgeving) na 2028 worden samengevoegd, worden de koepels belangrijk.

Politieke lef ziet hij in Nederland wel degelijk. De komst van het programma Schoolmaaltijden noemt hij een forse stap, zeker vergeleken met vijf jaar geleden. Om alle basisscholen te bedienen zijn honderden miljoenen euro’s per jaar nodig, dus er is nog een weg te gaan. Maar de discussie bestáát, en dat is nieuw.

Uit het Europese onderzoek dat Lunchwijs met Deloitte deed naar negen landen, springt voor hem Ierland eruit. Niet omdat het daar perfect is, maar juist omdat ze recent zijn begonnen en de politieke lef hadden om te zeggen: we gaan het gewoon regelen. “En dan is het de eerste jaren misschien even rommelig bij sommige scholen. Maar er wordt in elk geval wel gezond gegeten.” Van Finland, waar het al sinds 1948 vanzelfsprekend is, valt over die transitie weinig meer te leren. Van Frankrijk wel weer iets anders: daar is voedsel echt een hoofdonderwerp in het onderwijs.

De ouderbijdrage

Matthijs is realistisch: een ouderbijdrage zal onderdeel van de oplossing moeten worden, mogelijk inkomensafhankelijk. Ouders betalen nu immers ook niet nul voor de lunch van hun kinderen. Een gemiddelde broodtrommel kost ouders zo’n 1,70 euro per dag.

Vrijwillig werkt volgens hem niet. “Ik zou zeggen: breng iets in rekening. Daarmee koop je ook een beetje commitment.”

Een beweging die van niemand is

Waar Matthijs het meest van oplicht, is de samenwerking. “Wij kunnen dit niet in ons eentje. Het is een beweging die we vooruit proberen te duwen, en die is niet van mij of van iemand anders.” Wat hij in het veld ziet, is versnippering. Veel kleine initiatieven, vaak opgezet vanuit lunchaanbieders zelf, die allemaal hun eigen wiel aan het uitvinden zijn. Daar moet meer regie op komen, en dat is werk dat je samen doet. De samenwerking met Hapkracht is daarin een mooie stap.

Concreet werkt Lunchwijs aan een dashboard van alle scholen die met een gezonde lunch bezig zijn. Dat geeft inzicht in wie wat doet, en het laat zien welke stappen er nog te zetten zijn voordat elke school in Nederland een gezonde lunch aanbiedt.

Met Hapkracht zoekt Matthijs nadrukkelijk de verbinding. De ambitie is dezelfde en de rollen vullen elkaar aan. Hapkracht kent Utrecht, de wijken en de scholen, en werkt aan de brede aanpak van lunch, bewegen, voedseleducatie en ouderbetrokkenheid. Lunchwijs heeft mankracht en landelijke ervaring, en biedt die aan. “Als scholen behoefte hebben aan hulp bij het vinden van de juiste aanbieder, of aan iemand die meekijkt op een financieringsvraagstuk, dan hebben wij dat in huis. Dat stel ik graag, in combinatie met Hapkracht, ter beschikking.”

Ook in de lobby willen beide organisaties meer samen optrekken, gemeentelijk, provinciaal en landelijk. Het Utrechtse perspectief van Hapkracht en het landelijke perspectief van Lunchwijs versterken elkaar enorm. Wat in de stad werkt, is munitie voor Den Haag. Wat in Den Haag verschuift, maakt in de wijk het verschil.

En ondertussen begint het elke keer opnieuw bij één school die het aandurft. Het begon met één kok op één school. Het moet eindigen met een gezonde lunch op alle 6.100 scholen.

Contact

Wil je met iemand praten over de mogelijkheden van Hapkracht?

Manieren om Hapkracht te steunen

Gerelateerd nieuws

Zakelijk gestopt, maatschappelijk niet

Richard Kraan nam op 1 juli afscheid als partner bij PwC en is sinds 1 augustus voorzitter van Stichting Hapkracht, na een bestuursjaar van mede-oprichter Trude Maas. Zijn maatschappelijke loopbaan in Utrecht loopt van de Tourstart en Utrecht Marketing tot het Ondernemersfonds, steeds in de rol van challenging partner die

Stem op Hapkracht

Bij Rabo ClubSupport heb je drie stemmen. Eén is genoeg voor je eigen club. Geef je tweede aan Hapkracht en steun daarmee 8.000 Utrechtse kinderen. Stemmen kan tot en met 29 september.

De school als oefenplek voor het leven

Anass Chaoui, directeur van islamitische basisschool Al Amana in Overvecht, ziet de gezonde lunch en het bewegen als veel meer dan voeding. Aan het buffet leren kinderen kiezen, opruimen en verantwoordelijkheid nemen, terwijl ze gevarieerder eten dan thuis. Samen met ouders en de wijk werkt hij aan een school waar

Niet alleen de Messi’s, maar élk kind in beweging

Patrick van der Zalm van SportUtrecht brengt met het schoolvoetbal bijna 6.500 kinderen in beweging, maar zijn grootste voldoening zit bij de kinderen die de sportclub níet vanzelf vinden. Samen met partners als DOCK en Jongerenwerk Utrecht (JOU) werkt hij in de wijk aan deze opgave.

Preventie begint bij sport en bewegen op school en in de wijk

Hapkracht steunt de preventieambitie van het coalitieakkoord "Voor uuu", maar waarschuwt voor de forse bezuiniging op SportUtrecht. De buurtsportcoaches maken bewegen op school en in de wijk mogelijk, juist waar de gezondheidsverschillen het grootst zijn. Bezuinigen op dat fundament ondergraaft de preventieambitie zelf. De oproep: bescherm wat al bewezen werkt.

De vleugels van Utrecht hebben voeten nodig

Cor Jansen, directeur-bestuurder van Utrecht & Partners en onderwijskundige van huis uit, ziet de gezonde stad als een opgave van heel Utrecht, niet van het onderwijs alleen. In dit gesprek vertelt hij over het DNA van de stad, over de school als ontmoetingsplek waar kansen ontstaan, en over hoe je
Hapkracht-vriend

Elke hulp is welkom, word een vriend!

Wil jij het Hapkracht initiatief steunen? Doneer en maak onze missie mede mogelijk. Samen zorgen we ervoor dat elk kind dezelfde kansen krijgt om gezond op te groeien in Utrecht.

Geef kinderen de kracht die ze verdienen. Word vandaag nog Hapkracht-vriend.