Voeden is opvoeden

Steeds meer scholen in Nederland bieden kinderen een lunch aan. Maar hoe zorg je dat die lunch ook echt gezond is, dat ouders meedoen en dat het geld goed terechtkomt? In Zuid-Limburg werken ze daar al tien jaar aan. Wij leren graag van zulke voorbeelden en gaan daarom in gesprek met de mensen die het dagelijks doen. Deze keer met Marlou van GGD Zuid-Limburg. Ze is betrokken en duidelijk, want zonder heldere afspraken houd je van een gezonde lunch al snel weinig over. Haar doel is simpel: dat steeds meer kinderen gezond opgroeien.

Een andere schooldag

Het begon in 2015 in Parkstad, de regio rond Heerlen en Kerkrade. Schoolbestuur Movare en de Universiteit Maastricht zagen daar grote achterstanden bij kinderen, ook in gezondheid. Ze besloten het anders te doen. Kinderen krijgen op school een gezonde lunch en bewegen minimaal drie keer per week een uur extra. Om daar tijd voor te maken, is de schooldag bij veel scholen een half uur langer. “Met een half uur of drie kwartier middagpauze heb je heel weinig tijd om te eten en te bewegen.”

Het werkt. De Universiteit Maastricht volgde de eerste scholen vier jaar lang. Kinderen gingen gezonder eten en kregen een gezonder gewicht, en later bleken ook hun leerprestaties vooruit te gaan. De aanpak heet vanaf het begin De Gezonde Basisschool van de Toekomst. Inmiddels doen in Limburg meer dan veertig scholen mee, en landelijk maken al tachtig gemeenten werk van de kernelementen van de aanpak.

De GGD haakte na de opstart van het project aan, en daarmee Marlou. Op scholen staat ze bekend als iemand die duidelijk is over de lunch. Hoe ze haar noemen, maakt haar niet uit. “Als jullie mijn boodschap maar onthouden.”

De GGD heeft in Zuid-Limburg een brede taak richting scholen. Vanuit die basistaak kan ze elke school helpen met gezondheidsthema’s, of het nu gaat om water drinken of om pesten, ook zonder dat de school daar landelijke subsidie voor krijgt. Zo hebben de gemeenten het met de GGD afgesproken. Daar komt bij dat de Gezonde School, bijna alle JOGG-regisseurs en de Gezonde Basisschool van de Toekomst bij de GGD zelf zijn ondergebracht, en dat alle gemeenten in de regio JOGG-gemeente zijn. “Dus we hebben hele korte lijntjes. En dat is op heel veel plekken wel anders.” Voor de deelnemende scholen is Marlou het vaste aanspreekpunt: ze brengt de scholen periodiek samen en ze kunnen haar altijd mailen als iets niet loopt.

.

“Met gemeenschapsgeld iets doen wat niet goed is voor kinderen. Dat kan toch niet?”

Duidelijke afspraken, zonder iemand kwijt te raken

Over de vraag wat een gezonde lunch precies is, valt te discussiëren. Samen met het Voedingscentrum koos Marlou voor een heldere regel: 80 procent van wat op tafel staat is gezond, 20 procent valt niet in de Schijf van Vijf. Zo blijft er ruimte voor bijvoorbeeld een plakje vleeswaren of beleg met minder suiker, terwijl de basis goed is. In Utrecht is bewust een andere keuze gemaakt: daar zit geen vlees in de maaltijd. Wat in Limburg altijd goed gaat, is de wrapdag op donderdag. Die gaan er bij de kinderen in als koek.

Aan die 80/20 houdt ze vast, want de goede resultaten zijn precies onder die voorwaarden behaald. “Als scholen op dinsdag gewoon hagelslag en chocoladepasta doen, krijg je andere resultaten. En over tien jaar zeggen ze dan: dat project werkte niet.”

Tegelijk waakt ze ervoor dat de lat te hoog komt te liggen. De normen worden steeds strenger, terwijl ouders in Limburg op veel plekken meebetalen aan het overblijven. Zuid-Limburg geldt als het voorbeeld voor heel Nederland, maar een voorbeeld heeft wel volgers nodig. “Als ik te veel aanpas, heb ik een vlaggenschip, maar geen matrozen. En dat werkt niet.”

Ouders vooraf meenemen

In tien jaar tijd is dat haar belangrijkste les geworden. “Neem ouders en school vooraf mee. Op scholen waar je dat niet doet, zit je altijd in discussies.” Daarom begint het altijd met een gesprek met het team, dat ze samen met Marc Hendriks, kwartiermaker voor de provincie Limburg, voert. Daarna volgen een vragenlijst voor ouders en een ouderavond. De meeste ouders willen het graag.

Ouders die twijfelen, zijn meestal bang dat hun kind niets eet. “Voeden is opvoeden”, zegt Marlou. Een kind dat alleen witbrood met chocoladepasta gewend is, kan ook leren om iets anders te eten. Met die ouders gaat ze zelf in gesprek, samen met iemand van school. Zo blijft de relatie tussen ouders en school goed. Samen zoeken ze een oplossing: een schriftje dat heen en weer gaat, producten mee naar huis om rustig te proeven, of toch eigen brood, als het maar gezond is. Het gaat om een paar ouders per school. “Ik ben er nog nooit niet uitgekomen.”

Klein beginnen mag

Een gezonde lunch alleen is niet genoeg. Scholen die volledig meedoen, werken ook aan bewegen, voedingslessen en welbevinden. Daar horen afspraken bij over trakteren, verjaardagen en water drinken. “Je kunt heel veel les geven, maar dan moet je ook kijken: wat doe je als kinderen jarig zijn?”

Niet elke school is klaar voor het hele pakket. Dan kan het ook kleiner: eerst groente en fruit in de klas, of één gezonde toevoeging aan de lunch die kinderen al meenemen, zoals yoghurt met fruit. “Dan maak je de drempel lager.” Een school die inhoudelijk wel wil, maar bang is dat het niet gaat lukken, kan rekenen op een gesprek met Movare en de GGD. “Als je wil, kan het altijd.”

Het schoolbestuur aan zet

Opvallend is waar het initiatief vandaan kwam. Niet bij de gemeente, maar bij het schoolbestuur zelf. Movare, met scholen in Heerlen, Kerkrade, Landgraaf en Brunssum, trok het samen met de universiteit op gang en doet het werk nog steeds samen met de GGD. Dat scheelt: het bestuur regelt de aanbesteding van de lunch voor al zijn scholen in één keer, bij één cateraar die werkt met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Scholen hoeven dat dus niet zelf uit te zoeken; het bestuur wil ze zoveel mogelijk ontzorgen.

Het betekent ook dat een bestuur het kan tegenhouden. Marlou ziet scholen die graag willen, maar van hun koepel nee te horen krijgen. “Dan houdt het op.” Andere besturen stappen juist in. In Maastricht begon MosaLira met een paar scholen en groeit het aantal nu zo hard dat ook daar moet worden aanbesteed. Ook die scholen begeleidt de GGD.

Geld van de gemeenschap

Onder alles ligt voor Marlou een belangrijk principe: wie met geld van de gemeenschap werkt, moet dat zo goed en eerlijk mogelijk inzetten. Daarom is ze kritisch op een boodschappenkaart voor ouders in plaats van een lunch op school. Of daar echt een lunch van wordt gekocht, is niet te controleren. En een school die geld krijgt voor een gezonde lunch en dan iets anders op tafel zet, vindt ze niet te verdedigen.

Ouders betalen in Zuid-Limburg daarom nooit “voor de lunch”, maar voor het overblijven, inclusief begeleid bewegen. Wie het echt niet kan betalen, kan altijd hulp krijgen, bijvoorbeeld van Stichting Leergeld. Geen enkel kind wordt uitgesloten.

Samen naar een gezonde generatie

Zuid-Limburg is geen Utrecht. Andere schoolbesturen, andere geldstromen, een andere rol voor de GGD. Maar de vragen zijn hetzelfde: hoe krijg je scholen en ouders mee, hoe houd je de kwaliteit hoog zonder mensen te verliezen, en hoe zet je elke euro goed in? Wat in tien jaar in Limburg is geleerd, hoeft niet elders helemaal opnieuw te worden uitgevonden. Daarom is het waardevol om elkaar op te zoeken.

Marlou kijkt intussen vooruit. Nu gaat er nog veel groente terug, omdat de begeleiders hun handen vol hebben. Haar droom is twee mensen in elke klas, zodat iemand met een schaal radijs en paprika kan rondgaan. “Proef eens, hoe smaakt het? En als een groepje jongens proeft, zeg ik tegen de meiden: kom op dames, die jongens doen het ook.”

Want daar is het haar uiteindelijk om te doen. “Het gaat mij niet om één perfecte lunch, maar om wat kinderen de rest van hun leven meenemen. Als over vijf jaar in heel Zuid-Limburg alle kinderen volkorenbrood eten, ben ik al een gelukkig mens.”

Achtergrond: De Gezonde Basisschool van de Toekomst

De Gezonde Basisschool van de Toekomst startte in 2015 in Parkstad als initiatief van Onderwijsstichting Movare, de Universiteit Maastricht, GGD Zuid-Limburg en kinderopvangorganisaties. Inmiddels werken meer dan veertig scholen in Limburg met de aanpak, en landelijk maken tachtig gemeenten er werk van. Kinderen krijgen op school een gezonde lunch en bewegen minimaal drie keer per week een uur extra. 

Onderzoek van de Universiteit Maastricht (2015 tot 2019) liet een gezonder gewicht, een gezondere buikomvang en een gezonder voedingspatroon zien, en later ook betere leerprestaties, vooral bij rekenen. Het RIVM beoordeelt de aanpak als bewezen effectief. Sinds 2026 verzorgt JOGG (Jongeren Op Gezond Gewicht) de landelijke uitrol. Waarom? Omdat het werkt. Dat is elke dag in de praktijk te zien: kinderen vinden de schooldag leuker en alle kinderen krijgen gelijke kansen. Op weg naar een gezonde generatie. Meer weten: degezondebasisschoolvandetoekomst.nl

Contact

Wil je met iemand praten over de mogelijkheden van Hapkracht?

Manieren om Hapkracht te steunen

Gerelateerd nieuws

Krachten bundelen om de stad te verbeteren

Ronald van Maldegem, voorzitter van het Ondernemersfonds, wil dat ondernemers verder kijken dan hun eigen gebied. Samen krachten bundelen maakt de stad beter, en Hapkracht laat zien hoe dat kan. “Ik bepaal niet wat er met het geld gebeurt. Dat doen de ondernemers.”

Verhalenavond komt naar Utrecht: Utrechters vertellen over hun roots

Op vrijdag 20 november halen Stichting Hapkracht en Bibliotheek Utrecht het Friese format Verhalenavond voor het eerst naar Utrecht, tegelijk in Bibliotheek Neude en Bibliotheek Kanaleneiland. Utrechters vertellen er korte, persoonlijke verhalen over het thema Mijn Roots.

Gezond eten is geen armoedeverhaal

Matthijs Koopman kookte jarenlang in restaurants in binnen- en buitenland en stond twee jaar geleden ineens in de keuken van een basisschool. Vorig jaar september richtte hij met Femke Kroes Stichting Lunchwijs op, met als doel een gezonde lunch op alle 6.100 basisscholen in Nederland. Zijn pleidooi: haal de schoollunch

Zakelijk gestopt, maatschappelijk niet

Richard Kraan nam op 1 juli afscheid als partner bij PwC en is sinds 1 augustus voorzitter van Stichting Hapkracht, na een bestuursjaar van mede-oprichter Trude Maas. Zijn maatschappelijke loopbaan in Utrecht loopt van de Tourstart en Utrecht Marketing tot het Ondernemersfonds, steeds in de rol van challenging partner die

Stem op Hapkracht

Bij Rabo ClubSupport heb je drie stemmen. Eén is genoeg voor je eigen club. Geef je tweede aan Hapkracht en steun daarmee 8.000 Utrechtse kinderen. Stemmen kan tot en met 29 september.

De school als oefenplek voor het leven

Anass Chaoui, directeur van islamitische basisschool Al Amana in Overvecht, ziet de gezonde lunch en het bewegen als veel meer dan voeding. Aan het buffet leren kinderen kiezen, opruimen en verantwoordelijkheid nemen, terwijl ze gevarieerder eten dan thuis. Samen met ouders en de wijk werkt hij aan een school waar
Hapkracht-vriend

Elke hulp is welkom, word een vriend!

Wil jij het Hapkracht initiatief steunen? Doneer en maak onze missie mede mogelijk. Samen zorgen we ervoor dat elk kind dezelfde kansen krijgt om gezond op te groeien in Utrecht.

Geef kinderen de kracht die ze verdienen. Word vandaag nog Hapkracht-vriend.