Krachten bundelen om de stad te verbeteren

Ronald van Maldegem is voorzitter van Ondernemersfonds Utrecht, het fonds waarmee Utrechtse ondernemers en organisaties zelf geld bijeenbrengen en zelf bepalen waar het naartoe gaat. Hij begint aan zijn tweede termijn van vier jaar en wil het fonds vooral verbindender maken: tussen gebieden onderling, en tussen ondernemers en de stad. Over Hapkracht is hij enthousiast en helder tegelijk: hij kan verbinden, meedenken en het initiatief onder de aandacht brengen maar de keuze ligt bij de ondernemers in de gebieden zelf. “Ik bepaal niet wat er met het geld gebeurt. Dat doen de ondernemers.”

Een bijdrage leveren aan de stad

Van Maldegem is partner bij Claassen, Moolenbeek & Partners, waar hij ondernemers begeleidt bij fusies en overnames, organisatieadvies en interim-management. Daarvoor was hij vijf jaar directeur Particulieren en Private Banking bij Rabobank Utrecht. Hij is opvallend actief in de stad als voorzitter van het Utrechts Oranje Comité, bestuurslid van Stichting Joy for Students, penningmeester van Vrienden Museum Speelklok en penningmeester zaal bij SV Kampong Hockey. “Ik vind het belangrijk om een maatschappelijke bijdrage te kunnen leveren”, zegt hij. “En ik vind het mooi om terug te zien wat je kunt doen. Het brengt je steeds in een andere wereld en je leert er veel van.”

Dat hij bij het Ondernemersfonds terechtkwam, begon met een tip van zijn voorganger. Utrecht is zijn stad, en hij wil dat die stad er beter van wordt. Bij het fonds kon dat op een terrein waar hij nog niet eerder actief was: samen met ondernemers werken aan het vestigingsklimaat van Utrecht. Inmiddels is hij vier jaar voorzitter.

Wat hem aan dat samen doen zo bevalt, laat zich het best zien bij Kampong, waar hij elk jaar de blaashal mee opzet. Tachtig ouders, gemiddeld hoogopgeleid, krijgen instructie van iemand die zo’n hal beroepsmatig neerzet. “Iedereen vindt het fantastisch. Zeker als je de eerste keer meemaakt hoe zo’n hal wordt opgezet. Het zijn echt unieke verbindende momenten.” Het scheelt de club bovendien duizenden euro’s, want de kosten van tachtig man inhuren voor een dag opbouwen en later weer afbreken lopen hard op.

Datzelfde principe, samen iets voor elkaar krijgen wat je alleen niet redt, zit onder het Ondernemersfonds.

.

“Het is echt van, voor en door de ondernemers”

Hanging baskets zijn niet het hele verhaal

Het fonds ontstond in 2012 uit iets heel praktisch: gezamenlijke camerabeveiliging en gezamenlijke feestverlichting. Wie meebetaalde, zag dat de buren wel meeprofiteerden maar niet meebetaalden. Door de bijdrage aan de OZB te koppelen, betaalt nu iedereen mee en zijn die freeriders uitgesloten.

Politici hebben het over het Ondernemersfonds nog vaak over de hanging baskets, merkt Van Maldegem. Die zijn er ook nog steeds, en dat is maar goed ook. “Een mooie omgeving zorgt voor rust en veiligheid. Mensen komen er graag.” Een slecht onderhouden gebied vraagt volgens hem juist om problemen, omdat mensen zich daarnaar gaan gedragen. De hanging baskets lijken enkel gericht te zijn op het mooier maken van een gebied, maar hebben juist indirect een veel belangrijker effect: het verbetert het vestigingsklimaat.

Ondertussen is het fonds veel meer dan dat. Vraag je de gebieden wat zij belangrijk vinden, dan noemt bijna iedereen als eerste veiligheid. Daarna volgen personeel en mobiliteit. Precies bij die thema’s wringt het, want ze houden niet op bij de grens van een gebied. “Als je op het waterbed duwt, duw je hier en dan komt het daar weer omhoog. Als je dat niet collectief aanpakt, dan kom je er niet.”

Of het nu gaat om het gezamenlijk aanpakken van overlast in Lunetten of om beter vervoer in Leidsche Rijn, waar meerdere gebieden en bewoners hetzelfde vragen: het werkt pas als partijen elkaar aan tafel treffen. “Opeens gaan ze met elkaar werken aan de veiligheid. Is er veel meer onderling begrip, weten ze elkaar ook te vinden.”

Verbindingsofficier, geen lobbyist

Samenwerking over gebiedsgrenzen heen is dan ook zijn ambitie voor de komende vier jaar. Daar ging een periode van professionaliseren aan vooraf, en dat was ook nodig. Het fonds groeit mee met de WOZ-waarde en met het OZB-percentage en is daardoor de afgelopen jaren gegroeid.

De afgelopen periode ging dan ook vooral op aan zorgen dat ook de kleinere en minder actieve gebieden hun budget daadwerkelijk inzetten, verbreden naar nieuwe thema’s zoals duurzaamheid, en het fonds bekender maken om een groot draagvlak te creëren. Want lang niet iedereen weet dat hij meebetaalt en dus ook wat te zeggen heeft, zeker scholen en andere organisaties die zichzelf geen ondernemer noemen. “Wij vragen in gebieden waar het geld relatief eenzijdig wordt  uitgegeven; zijn andere organisaties zoals sportverenigingen en culturele instellingen wel goed genoeg betrokken?”

Nu wil hij een stap verder. Het fonds heeft de infrastructuur en korte lijnen met ondernemers in de hele stad, en daarmee goed zicht op wat er speelt in winkelgebieden, op bedrijventerreinen en in kantorenparken. Dat maakt het fonds een logische gesprekspartner voor de gemeente, en een handige plek om ondernemers en beleidsmakers bij elkaar te brengen. “Wij zien het meer als een liaison. Een verbindingsofficier.”

Een lobbyorganisatie wordt het uitdrukkelijk niet. Namens alle 68 gebieden spreken zou een mandaat vragen dat het fonds niet heeft, en dat wil hij ook niet. Zijn kracht zit juist in het organiseren per thema, met wat hij een coalition of the willing noemt. “Zolang het thema wordt gesteund, kan ik het doorzetten.” Neem mobiliteit: als de gemeente daarover met Science Park praat en apart met Rijnsweerd, dan wordt het gehele plaatje mogelijk gemist en verliezen we effectiviteit.

Hij is er realistisch over. Het roept mogelijk weerstand op, weet hij: wat denkt die Van Maldegem wel, waar bemoeit hij zich mee. En een deel van de gebieden gaat hier vandaag nog niet in mee. “Ik ben niet naïef. Ik weet ook dat er gebieden zijn waar de betrokkenen op dit moment vooral bezig zijn met overleven. Dat is het mooie van onze structuur, elk gebied is uniek.”

Hoe Hapkracht in beeld kwam

Zijn betrokkenheid bij Hapkracht begon bij een bijeenkomst over kinderarmoede in de stad, waar het thema van kinderen die zonder eten op school zitten op tafel kwam.

Hij vindt het initiatief persoonlijk mooi, en juist daarom bewaakt hij de scheiding scherp. Wat het fonds kan bieden, zette hij vanaf het eerste gesprek helder neer. Het bestuur van het Ondernemersfonds gaat niet over de besteding, dat doen de trekkingsgebieden zelf. “Heel veel trekkingsgebieden hebben geld, maar ik niet.” Wat hij wel kan bieden is de infrastructuur, zodat meerdere gebieden samen kunnen meedoen via één factuur, plus continuïteit en de mogelijkheid om een initiatief onder de aandacht te brengen bij de gebieden.

Zo is het fonds ook ingericht: een aanvraag loopt altijd langs de trekkingsgerechtigde, het ondernemerscollectief dat het budget van een gebied beheert en die moet er zelf achter staan. Er is dus altijd een voortrekker uit het gebied zelf nodig, iemand die het verhaal bij de eigen achterban kan brengen. En dat verhaal is goed te maken, ziet hij: de werknemers van die bedrijven wonen in de stad en hun kinderen zitten op scholen waar dit speelt. “Dus daar zie je toch een beetje het indirect iets verder durven kijken dan je neus lang is.” Meldt een ander gebied zich met een even mooi initiatief, dan reageert hij precies hetzelfde.

En structureel meedoen kan wel degelijk, benadrukt hij. Trekkingsgebieden kunnen zelf besluiten zich voor bijvoorbeeld drie of vijf jaar aan een initiatief te verbinden.

Zoeken naar de gezamenlijkheid

In de politiek gaat het geregeld over de vraag van wie dat geld nu eigenlijk is. Van Maldegem legt dan graag uit hoe het werkt en dat het geld van de ondernemers is. De afgelopen maanden ging hij daarvoor veel fracties langs. Hij heeft daarbij oog voor de druk op de gemeentelijke budgetten, en wijst op wat beide kanten delen. “Volgens mij zou de gemeente dezelfde doelstelling moeten hebben. Dus waarom zoeken we niet juist naar de gezamenlijkheid, in plaats van dat we discussie hebben over het geld?” Kom gerust langs met een goed idee, zegt hij tegen partijen in de stad, dan kijken we samen of ondernemers er ook een belang bij hebben.

Hapkracht is voor hem daarvan een goed voorbeeld, omdat het een probleem is dat iedereen voelt: de scholen, de gemeentelijke instanties, de stad en ook de ondernemers zelf. Wat hij zou willen zien, laat hij wel weten. “Ondernemers in Utrecht hebben het mogelijk gemaakt dat er geen kinderen meer met honger op school zitten. Lijkt me fantastisch, daar zou ik ook helemaal achter staan.”

Waar het hem uiteindelijk om gaat, is simpel. “Ik geloof echt dat als je krachten bundelt om de stad te verbeteren, je niet alleen naar je eigen gebied moet kijken. Dat gaat breder dan dat.”

Achtergrond: zo werkt Ondernemersfonds Utrecht

Ondernemersfonds Utrecht is een onafhankelijke stichting. Sinds 1 januari 2012 brengen ondernemers, eigenaren en gebruikers van niet-woningen het geld zelf op, via een vaste opslag van 11,1 procent op de OZB voor niet-woningen. Iedereen die die belasting betaalt, draagt bij. Dat zijn dus niet alleen bedrijven en winkels, maar ook scholen, sportvelden, ziekenhuizen en de overheid zelf. Het is geen subsidie en geen gewone gemeentelijke heffing: de gemeente int het geld en draagt het over aan het fonds.

Dat geld blijft vervolgens in het gebied waar het is opgebracht. Utrecht is daarvoor verdeeld in 68 trekkingsgebieden: een bedrijventerrein, een winkelgebied, een kantorenpark of soms een hele stadswijk. Elk gebied heeft een eigen budget, het trekkingsrecht, volgens het principe dat je terugkrijgt wat je inlegt. Omdat de bijdrage aan de OZB is gekoppeld, betalen panden met een hogere WOZ-waarde meer, en telt ook de verhouding tussen woningen en niet-woningen in een gebied mee. De verdeelsleutel wordt jaarlijks opnieuw berekend,. Gebieden mogen hun middelen bundelen als dat meerwaarde heeft, en dat gebeurt ook regelmatig. Van Maldegem onderscheidt vier typen: retailgebieden, kantoorgebieden, bedrijventerreinen en gemengde gebieden. Die laatste zijn het meest uitdagend en juist daar ziet hij de mooiste voorbeelden ontstaan.

In elk gebied is een ondernemersvereniging, winkeliersvereniging of ander ondernemerscollectief de trekkingsgerechtigde. Zij beheren het budget en besluiten zelf waaraan het wordt uitgegeven. Iedereen mag een aanvraag indienen, ook wie niet bij zo’n vereniging is aangesloten, maar alleen ná afstemming met de trekkingsgerechtigde en met diens schriftelijke akkoord. Een project moet aantoonbaar draagvlak hebben, een collectief belang dienen en bijdragen aan het lokale vestigingsklimaat. Projecten die een ideologische, politieke of godsdienstige overtuiging propageren zijn uitgesloten en het fonds financiert geen zaken die eigenlijk een taak van de gemeente zijn.

Daarna volgt de toets. Het fondsmanagement, onder leiding van de fondsmanager, controleert de aanvraag; het bestuur kijkt als laatste of de besteding transparant is, bij het doel van het fonds past en geen gemeentelijke taak is. De doorlooptijd is maximaal twee tot drie weken. De gemeenteraad besluit alleen óf er een ondernemersfonds is. Over afzonderlijke projecten, bestedingen en prioriteiten gaat de raad niet.

Meer weten: ondernemersfondsutrecht.nl

Contact

Wil je met iemand praten over de mogelijkheden van Hapkracht?

Manieren om Hapkracht te steunen

Gerelateerd nieuws

Voeden is opvoeden

Marlou van GGD Zuid-Limburg helpt Limburgse basisscholen al jaren aan een gezonde lunch. Haar lessen: houd vast aan heldere afspraken en neem ouders en school vooraf mee. “Voeden is opvoeden.”

Verhalenavond komt naar Utrecht: Utrechters vertellen over hun roots

Op vrijdag 20 november halen Stichting Hapkracht en Bibliotheek Utrecht het Friese format Verhalenavond voor het eerst naar Utrecht, tegelijk in Bibliotheek Neude en Bibliotheek Kanaleneiland. Utrechters vertellen er korte, persoonlijke verhalen over het thema Mijn Roots.

Gezond eten is geen armoedeverhaal

Matthijs Koopman kookte jarenlang in restaurants in binnen- en buitenland en stond twee jaar geleden ineens in de keuken van een basisschool. Vorig jaar september richtte hij met Femke Kroes Stichting Lunchwijs op, met als doel een gezonde lunch op alle 6.100 basisscholen in Nederland. Zijn pleidooi: haal de schoollunch

Zakelijk gestopt, maatschappelijk niet

Richard Kraan nam op 1 juli afscheid als partner bij PwC en is sinds 1 augustus voorzitter van Stichting Hapkracht, na een bestuursjaar van mede-oprichter Trude Maas. Zijn maatschappelijke loopbaan in Utrecht loopt van de Tourstart en Utrecht Marketing tot het Ondernemersfonds, steeds in de rol van challenging partner die

Stem op Hapkracht

Bij Rabo ClubSupport heb je drie stemmen. Eén is genoeg voor je eigen club. Geef je tweede aan Hapkracht en steun daarmee 8.000 Utrechtse kinderen. Stemmen kan tot en met 29 september.

De school als oefenplek voor het leven

Anass Chaoui, directeur van islamitische basisschool Al Amana in Overvecht, ziet de gezonde lunch en het bewegen als veel meer dan voeding. Aan het buffet leren kinderen kiezen, opruimen en verantwoordelijkheid nemen, terwijl ze gevarieerder eten dan thuis. Samen met ouders en de wijk werkt hij aan een school waar
Hapkracht-vriend

Elke hulp is welkom, word een vriend!

Wil jij het Hapkracht initiatief steunen? Doneer en maak onze missie mede mogelijk. Samen zorgen we ervoor dat elk kind dezelfde kansen krijgt om gezond op te groeien in Utrecht.

Geef kinderen de kracht die ze verdienen. Word vandaag nog Hapkracht-vriend.